Woord Vooraf (2007)
Op deze en volgende web
pagina's publiceren we de herwerkte versie van een
algemene inleiding tot de islam. Ze maakte deel uit van een ruimere
syllabus ten behoeve van het opleidingsonderdeel, "Vergelijkende
Godsdienstwetenschap II", 2de lic. Vergelijkende Cultuurwetenschap,
maar tevens ondersteunde ze het vak, "Islam in de
Europese Lekenstaat", in de Morele Begeleiding (voormalige optie in de
Moraalwetenschappen), 1e licentie, alsook het onderdeel "Het Klassieke
Arabische Denken", in de "Geschiedenis van de Oude en Middeleeuwse
Wijsbegeerte", 1e en 2e lic. Wijsbegeerte - alle aan de Universiteit
Gent (UG).
Deze syllabus steunt op
ouder materiaal maar heeft daarnaast toch ook nieuwe publicaties
verwerkt. Hij beoogt een al bij al beknopte en selectieve, historische
inleiding te geven die in de eerste plaats bestemd is voor de doorsnee,
niet-moslim student van voormelde opleidingen, maar die tegelijkertijd
toch ook 'aanvaardbaar' is voor moslimstudenten en -lezers, of mensen
van moslimafkomst. 'Aanvaardbaar' in de mate dat het hier weliswaar
niét gaat om een inleiding vanuit een
gelovig standpunt ten behoeve van gelovigen - de auteur is noch moslim
noch
christen noch 'gelovig' tout court -, maar wel om een beschrijving die (1) de gangbare
vooroordelen
en stereotypes inzake islam en moslims op wetenschappelijke gronden wil
doorprikken
en (2) kwetsende of ergernis wekkende manieren van voorstellen zoveel
mogelijk
wil vermijden. Dat betekent niet dat wij hier een of andere
'orthodoxie'
slaafs willen navolgen, of bestaande meningsverschillen en controversen
onder
moslimauteurs uit de weg zouden gaan. Het bestààn
van die meningsverschillen
en discussies - positief geformuleerd: de rijkdom en diversiteit van
het
moslimdenken - is juist een belangrijk gegeven in het doorbreken van
het
stereotype, islamofobe beeld over de islam als een starre,
onveranderlijke
en monolithische religie.
Bedoeling moet zijn, finaal,
om vanuit het oogpunt van godsdienstgeschiedenis en -sociologie islam
op een gelijkaardige manier te beschrijven als andere godsdiensten. De
these meer bepaald van het zgn. 'exceptionalisme' van de islam, these
die
zowel door vele westerse als door vele moslimauteurs wordt
gehanteerd, is slechts in betrekkelijke zin aanvaardbaar: nl. dat
categorieën en concepten die het product zijn van de
particuliere, historische ontwikkelingen in 'christelijk' West-Europa,
niet zo maar kunnen 'opgelegd' worden aan de islamwereld (bv.
'secularisme').
Algemene, theoretisch-filosofische uitgangspunten van
de
auteur zijn:
(a) de afwijzing van elk
essentialisme: 'de islam', als een
unieke en onveranderlijke wezenheid, bestaat niet, althans niet op deze
aarde;
(b) het (in oorsprong
Marxse) paradigma, zoals dat ook nog door Mohammed Arkoun
geformuleerd is: religies produceren geen maatschappijen, maar
maatschappijen produceren religies;
(c) de overtuiging (vanwege
een vrijzinnige) dat de mens een 'homo religiosus' kan genoemd worden,
althans in de zin dat hij of zij een of ander, al dan niet
confessioneel, 'zingevingsverhaal' nodig heeft, alsook het
contact (al dan niet geritualiseerd) met een 'algemene zijnsorde', om
àls mens - dus: menswaardig - te kunnen leven, en
(d) dat godsdienstvrijheid
bijgevolg één van de fundamentele mensenrechten
is, waarbij niémand de Waarheid 'in pacht' heeft.
Het gepresenteerde overzicht
vertoont vele lacunes. De meest ernstige is ongetwijfeld dat de
mystieke kant van de islam (nog) niet aan bod komt [maar zie daarover
nu op deze site].
De toekomst zal hierin verbetering brengen, hopen we. Voor de rest
hebben we ons ook toegespitst op de majoritaire, soennitische islam,
alsook eerder op de 'schriftuurlijke' dan op de volkse islam (de zgn.
'kleine traditie', in onderscheid met de 'grote
traditie'). In dit soort van introductie, dat vooral beoogt bij de
doorsnee
Vlaamse intellectueel-in-spe de nodige openheid en empathie te
creëren voor
een geloof dat ten onrechte als niet-, of zelfs anti-Europees wordt
voorgesteld,
kunnen we moeilijk al te veel uitweiden. We moeten volstaan met op te
merken
dat (zoals al gezegd) 'dé islam' niet bestaat - net zomin
als 'het christendom'
bestaat. Wàt bestaat, is de dagdagelijkse, minder of meer intense en devote,
religieuze beleving en beoefening
ervan door concrete, individuele mensen, in al hun diversiteit. De
waarden
en normen, die op het eerste gezicht zo onaantastbaar en onveranderlijk
lijken,
want gebaseerd op de goddelijke Schrift en de Sunna van de Profeet,
worden
in deze dagelijkse praxis wel degelijk voortdurend
geïnterpreteerd, genegotieerd
en gereproduceerd - en dus ook vernieuwd en veranderd. Trouwens, mocht
dat
niet (meer) gebeuren, dan zou er ook geen 'islam' meer zijn (God zelf -
zou
de gelovige kunnen zeggen - weet dat maar al te goed: waarom anders zou
Hij
gebruik hebben gemaakt van individuen, met hun particuliere
hoedanigheden en vermogens, waaronder hun taal- en begripsvermogen, om
Zijn 'verbond' met de mensheid telkens te hernieuwen?). Tenslotte, ook
'de moslim' bestaat niet - althans
niet in de zin dat hij of zij in al zijn of haar handelingen, al zijn
of haar maatschappelijke rollen, al zijn of haar gedachten en
verwoordingen, zijn of haar identiteit
rechtlijnig, eenduidig en integraal door (zijn of haar begrip van) de
gezaghebbende
geloofsbronnen zou bepaald worden. Iédere mens, dus ook een
'moslim(a)', is
(veel) méér dan wat hij of zij gelooft en belijdt
- vandaag méér dan ooit.
We mogen mensen die zich tot dit geloof bekennen, derhalve niet
"opsluiten"
in of herleiden tot hun moslim-zijn.
Deze cursustekst beoogt geen
oorspronkelijkheid. Wel wil hij moslims en hun geloof au
sérieux nemen. Een onmisbare vereiste daartoe is dat wij ook
de grondlegger ervan, de profeet Muhammad, au sérieux nemen:
d.w.z. dat we, of we nu zelf (christelijk of joods of anders-) gelovig
zijn of ongelovig zijn, wij de authenticiteit en integriteit aanvaarden
van zijn religieuze ervaring: in tegenstelling tot wat de christelijke
traditie tot een diepgeworteld westers stereotype heeft gemaakt (ook en
vooral bij vrijzinnigen), was Muhammad géén
"impostor" of "valse profeet".
De syllabustekst wordt om
praktische redenen (snelheid van opladen) gepresenteerd in een aantal
onderdelen. De noten worden gegroepeerd bij hun
respectievelijk onderdeel. De gebruikte literatuur
wordt reeds via korte verwijzingen (met uitzondering van de eerste
maal) in tekst en noten aangegeven. Aan het slot, wanneer
de hoofdstukjes voorlopig afgewerkt zijn, wordt zij op een aparte
pagina
in een literatuurlijst alfabetisch en met de nodige details ter verdere
consultatie weergegeven (Literatuurlijst
). Voor de Korancitaten
hebben we gebruik gemaakt van zowel de oudere vertaling van Kramers
(K) als de nieuwere van Fred Leemhuis (L).
Dat we hierbij per citaat a.h.w. onze persoonlijke voorkeur hebben
laten spelen, is niet vrij van enige willekeur, maar het drukt de
lezer(es) tegelijk toch ook met de neus op het feit dat het hier
slechts om anderstalige 'weergaven' van de inhoud gaat, die de
authentieke Arabische tekst nooit kunnen vervangen. Arabische termen en
namen, tenslotte, zijn getranscribeerd volgens de meest gangbare,
internationale manier (voor Nederlandstaligen moet misschien gespecificeerd
worden dat de letter "j" uit te spreken is als [dj]), maar
meestal zonder de diakritische tekens die nodig zijn om de klankvariaties
tussen gelijkgeschreven consonanten correct weer te geven.
De auteur nodigt moslim- en
niet-moslimlezers uit kritisch te reageren via e-mail
.
Graz, 22 februari 2007 (nadat de auteur een half jaar geleden
zijn "hijra" heeft gemaakt, vanuit België).
PS De achtergrondillustratie op de border berust op
een foto van het immense tentenkamp tijdens de jaarlijkse hajj. Na de
(7-malige) ommegang van de Ka'ba en ren tussen Safâ en Marwa, wordt het kamp opgeslagen in Minâ,
buiten Mekka. Zie URL:
http://www.flwi.ugent.be/cie/hdeley/images/mekka_tenten.jpg en
kap.
6.4.