In de pers duikt geregeld de uitdrukking 'Allah, de god van de Muslims'
op. Dit is geen neutrale woordkeuze - de uitspraak slaat immers al
meteen een kloof tussen het Westen en de Islam vermits er
geïmpliceerd wordt dat Muslims een andere
God hebben. Dat heeft verstrekkende gevolgen, want in een religieus
model is het God die de normen bepaalt, die bepaalt wat goed en slecht
is. En wanneer men denkt dat Muslims een andere God hebben, wordt
impliciet meegegeven dat zij dus ook wel andere normen zullen hebben
dan onze uit het Christendom gegroeide normen. Ook op die manier wordt
het beeld dat Islam een bedreiging vormt voor het Westen gevoed en in
stand gehouden. Maar wie is die Allah eigenlijk? En wiens God is Hij?
Taalkundige betekenis van het Arabisch woord Allah
Het Arabisch woord 'Allah' kent geen meervoudsvorm en is mannelijk noch
vrouwelijk. Etymologisch is het een samentrekking van {al}
(lidwoord) en {ilah} (het opperwezen, het
wezen dat aanbeden wordt). Het woord Allah is dus gewoon het Arabisch
equivalent voor het Nederlandse woord 'God'. Zoals men in het Frans
'Dieu' zegt, of in het Nederlands 'God', zo zegt men in het Hebreeuws
'Yahweh' en in het Arabisch 'Allah'. Is God een andere god dan Dieu? De
vraag klinkt absurd, maar ze is van hetzelfde gehalte als de
uitdrukking dat Allah een andere god is dan God. 'Allah, de god van de
Muslims', betekent precies hetzelfde als 'Dieu, de god van de Muslims',
of 'God, de god van de Muslims'. Taalkundig slaat de uitdrukking dus
nergens op, maar politiek wordt ze wel gebruikt om een kloof te slaan
met Muslims, en hen te degraderen tot mensen die een andere
God aanbidden - waarbij uiteraard geïmpliceerd wordt dat de
eigen God beter is.
Wiens God is God (Allah, Yahweh, Dieu, enz.)?
Als men aan Arabisch sprekende Christenen vraagt wie zij aanbidden,
zullen zij antwoorden: Allah. De Arabische Bijbel vertaalt God
inderdaad als Allah. Voor Muslims is hier meer aan de hand dan een
taalkundig gegeven, vermits volgens de Islam Joden, Christenen en
Muslims allen in dezelfde Ene God geloven. Het is ook zo dat volgens de
Koran iedereen die in God gelooft en deugdelijk handelt, naar de hemel
kan gaan, ongeacht de naam van het geloof waartoe men behoort.
"Zij die geloven,
zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs
die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor
hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen
zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)
Volgens de Islam, zal op
Oordeelsdag elk mens beoordeeld worden op zijn of haar gedrag.
Lidmaatschap van de Islam, houdt dus geen garantie in dat men naar de
hemel zal gaan. Muslims die zich misdragen, kunnen ook in de hel
terechtkomen. Terwijl volgens de Koran, een Jood of een Christene die
handelt volgens zijn geloof naar de hemel kan gaan.
In de Islam worden Joden en Christenen de 'mensen van het Boek'
genoemd. Aan hen werden immers ook Heilige Boeken geopenbaard. Niet
alle mensen van het Boek leven echter volgens hun geloof. Daarom, zegt
de Koran dat er bij de Joden en Christenen een oprechte, gelovige,
groep is die op Oordeelsdag beloond zal worden, maar dat er ook andere
Joden en Christenen zijn die ver afgedwaald zijn van de leer die hen
door hun Heilige Boeken wordt voorgeschreven. Die laatste groep wordt
als ongelovigen beschouwd:
"Onder de mensen
van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is
neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich
deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij
zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ... (Koran
3:199)
"Heb jij niet gezien naar hen aan wie een
aandeel aan het boek gegeven is, dat zij geloven in afgoden en duivelen
en over hen die ongelovig zijn zeggen: "Dezen volgen een betere weg dan
zij die geloven". Zij zijn het die God vervloekt heeft en als God
iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen helper meer vinden." (Koran,
4:51-52)
Hier moet meteen opgemerkt
worden dat de Koran stelt dat er ook onder de Muslims mensen zijn die
niet leven volgens hun geloof en dat zij ook als ongelovig beschouwd
worden. De Koran noemt een hele reeks zaken op die Muslims in ongeloof
('kufr') kunnen doen vervallen, zoals:
"En wie is er
zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het
zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
"Zij die verbergen wat God van het boek hen
neergezonden heeft en het verkwanselen, zij zullen in hun buiken
slechts vuur te verteren krijgen en God zal op Opstandingsdag niet tot
hen spreken, noch zal Hij hen louteren. Voor hen is er een pijnlijke
bestraffing." (Koran 2:174)
Er bestaan dus gelovigen en
ongelovigen in elke religie - al kan volgens de Koran alleen God over
geloof of ongeloof oordelen. Het komt er telkens weer op neer, dat
simpelweg het behoren tot een of andere religie (ook de Islam), volgens
de Koran geen garantie biedt op een plaats in de hemel, maar dat men,
ongeacht het geloof dat men aanhangt, goed moet handelen in
overeenstemming met de Geboden van God. Maar hoe weet men wat goed
handelen inhoudt, en wat God behaagt?
De Profeten van God
Volgens de Koran, heeft God zich aan de mensen kenbaar gemaakt via
duizenden Profeten, die uitgezonden werden naar alle gemeenschappen op
aarde:
"En voor elke
gemeenschap is er een gezant. ..." (Koran 10:47)
Al deze Profeten hebben
dezelfde Boodschap verkondigd van geloof in de Ene God. De Koran noemt
een aantal van die Profeten bij naam en in deze reeks treft men de
Profeten aan die ook door de Joden en Christenen erkend worden (zoals
Abraham, Ismaël, Izaak, Jacob, Jozef, David, Mozes, Job,
Salomon enz.), met dien verstande dat voor de Islam ook Jezus een
Profeet is.
"Wij hebben aan jou
geopenbaard zoals Wij aan Noë en de profeten na hem
geopenbaard hebben. En Wij hebben geopenbaard aan Abraham,
Ismaël, Isaak, Jacob en de stammen, Jezus, Job, Jonas,
Aäron, Solomon - en aan David gaven wij de Psalmen." (Koran
4:163)
De Koran stelt dat zulke
opsommingen niet volledig zijn en vestigt er de aandacht op dat een
hele reeks Profeten niet bij naam genoemd worden:
"...aan gezanten
over wie Wij jou vroeger al verteld hebben en aan gezanten over wie Wij
jou niet verteld hebben..." (Koran 6:164)
Heterodoxe groeperingen die
in de schoot van de Islam ontstaan zijn, beschouwen dan ook niet enkel
Joden en Christenen als "mensen van het Boek", maar rekenen
bijvoorbeeld ook Boeddhisten of Hindoes tot de gelovigen. Sommige
liberale groepen beschouwen zelfs iedereen die zich onderwerpt aan God
als Muslims. Dergelijke standpunten worden evenwel niet door een
meerderheid gedragen.
Dit interpretatief verschil niet te na gesproken, zijn Muslims
verplicht zonder onderscheid te geloven in al
de Profeten en in hun Boodschap (hun "Boek").
"Zeg: "Wij geloven
in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham,
Ismaël, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat
aan Mozes en Jezus gegeven is en in wat aan de profeten door hun Heer
gegeven is. Wij maken geen verschil tussen
één van hen en wij hebben ons aan Hem
overgegeven." (Koran 2:136)
Wie bijvoorbeeld niet in
Mozes, David of Jezus gelooft, kan geen Muslim zijn en wordt als
ongelovige beschouwd.
"Zij die geen
geloof hechten aan God en Zijn gezanten en die tussen God en Zijn
Gezanten onderscheid willen maken en zeggen: "Wij geloven in sommigen
maar in anderen niet" en die een tussenweg willen nemen, dat zijn zij
die in waarheid ongelovig zijn. Voor de ongelovigen hebben wij een
vernederende bestraffing klaargemaakt. Zij die geloven in God en Zijn
gezanten en tussen hen geen enkel onderscheid maken; dat zijn zij aan
wie Hij hun loon geeft. God is vergevend en barmhartig."
(Koran 4:150-152)
Het is inmiddels duidelijk
dat Mohamed niet de eerste noch de enige Profeet is van de Islam. Er
wordt wel de nadruk op gelegd dat hij 'slechts' een Profeet is:
"En Mohammed is
slechts een gezant; voor zijn tijd reeds waren de [andere] gezanten
heengegaan... " (Koran 3:144)
Muslims zijn dus geen
'Mohamedanen' - dat is een verkeerd gegeven benaming naar foutief
veronderstelde analogie met het Christendom dat slaat op de diegenen
die Christus vereren en aanbidden. Muslims aanbidden Mohamed niet, het
zijn mensen die zich aan God onderwerpen. Het woord Muslim is afkomstig
van de Arabische wortel {s-l-m} (zich
onderwerpen, sc. aan God). Het voorvoegsel 'mu-' voor een wortel, wordt
gebruikt om de persoon aan te duiden die de handeling van de wortel
uitvoert. Een 'mu-slm' of Muslim is met andere woorden een persoon die
zich onderwerpt aan God. Voor Muslims is Mohamed niets anders dan een
Profeet van God, een Profeet die de Islam heeft verkondigd zoals ook
Abraham, Ismaël, Isaak, Jezus enz, worden beschouwd als
Profeten van de Islam. Mohamed is volgens de meeste Muslims wel de
laatste Profeet van de Islam. Deze finaliteit van het profeetschap is
gebaseerd op verzen als:
"... Heden heb Ik
jullie godsdienst voor jullie voltooid, Mijn genade aan jullie volledig
bewezen en de Islaam [overgave aan God] als jullie godsdienst voor
jullie goedgevonden..." (Koran, 5:3)
Aan Mohamed wordt gezegd dat
hij de 'Millat Ibrahim' (godsdient van Abraham) moet volgen.
"Toen openbaarden
wij aan jou: "Volg het geloof van Abraham die het zuivere geloof
aanhing; hij behoorde niet tot de veelgodendienaars." (Koran
16:123)
Aansluiting bij vorige Heilige Boeken (Thora,
Evangelie)
De Koran beklemtoont herhaaldelijk dat de Koranische Boodschap aansluit
bij hetgeen aan de vorige Profeten geopenbaard werd.
"Aan jou (Mohammed)
wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd."
(Koran, 41:43)
"Eraan voorafgegaan is het boek van Mozes als
voorbeeld en barmhartigheid. En dit is een boek dat in de Arabische
taal een bevestiging geeft, om hen die onrecht
plegen te waarschuwen en als goed nieuws voor hen die goed doen. Zij
die zeggen: "Onze Heer is God" en die dan correct handelen hebben niets
te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 46:12-13)
De Koran stelt ook dat
Mohamed geen nieuwe godsdienst brengt, maar dezelfde godsdienst
verkondigt als deze welke door de eerdere Profeten werd uitgedragen:
"En Hij schreef
jullie dezelfde godsdienst voor als wat Hij aan Noë opgedragen
had en wat Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij aan Abraham en
Jezus opgedragen hadden..." (Koran 42:12-13)
Daarbij worden sommige boeken
van voorgaande Profeten bij naam genoemd. De Koran spreekt hier evenwel
niet over het 'Oud' en 'Nieuw' Testament, een door het Christendom in
het leven geroepen benaming waar Joden bezwaar tegen maken, omdat zij
door zulke formulering gedegradeerd worden als 'oud', ouderwets,
achterhaald. De Koran gebruikt de neutrale termen 'Taura' (Thora) en
'Indjiel' (Evangelie).
"Hij heeft u het
Boek met de waarheid tot jou nedergezonden, ter bevestiging van wat er
voordien al was en Hij heeft ook de Taura en de Indjiel neergezonden,
vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend
onderscheidingsmiddel neergezonden...." (Koran 3:3-4)
De Koran raadt Christenen en
Joden aan te leven volgens de aan hun Profeten geopenbaarde Heilige
Boeken:
"Zeg: "Mensen van
het boek! Jullie baseren jullie op niets zolang jullie je niet houden
aan de Taura en de Indjiel en aan wat van jullie Heer naar jullie is
neergezonden...." (Koran 5:68)
Volgens de Islam, zijn alle
authentieke Boeken die aan de Profeten geopenbaard werden, Heilige
Boeken. Muslims zijn echter de mening toegedaan dat deze Boeken
doorheen de tijd aangepast werden: zaken werden weggelaten, anders
geformuleerd, of toegevoegd. Dat alles leidde ertoe dat de
oorspronkelijke Boodschap niet meer zuiver bewaard is. Muslims
aanvaarden de oorspronkelijke Bijbel als Heilig
Boek, maar vermits die vandaag de dag volgens hen niet meer bestaat
(want aangepast, vervormd, enz.), wordt de Koran als onbetwistbare
leidraad gehanteerd - er wordt van uitgegaan dat de Arabische Koran
(niet de vertalingen) in de 1400 jaar sedert Mohamed, niet meer
veranderd is - er werd zelfs geen letter of geen komma aan gewijzigd.
In de regel wordt alles, ook de Bijbel, getoetst aan de Koran. Hetgeen
door de Koran niet tegengesproken wordt, wordt aanvaard. Hetgeen wel
afwijkt, wordt aanzien als een historische vervorming van de
oorspronkelijke Bijbelse tekst.
Epiloog
In hun vijf dagelijkse gebeden, vragen Muslims aan God "vrede
en zegeningen te brengen over Mohamed en het volk van Mohamed, zoals U
(God) ook vrede en zegeningen bracht over Abraham en het volk van
Abraham". Dergelijke verwijzing naar vorige Profeten vindt
men ook in de hele Koran terug. Er is met andere woorden een
voortdurend aansluiten bij wat Joden en Christenen geloven. Voor
Muslims is de zaak duidelijk:
(...zeg...) "Wij
geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie
neergezonden is. Onze God en jullie God, is
één. En wij geven ons over aan
Hem." (Koran 29:46)
____________________________