Inhoudstafel:
0. Inleiding
1. Interpretatie van de Koran
2. Beoordelingscriterium voor (on)gelijkheid
3. Aard van de mens
4. Kennis van de beoordelingsregels
5. De gedragsregels van het Islamitisch model
5.1. Algemene regel inzake mannen en vrouwen
5.2. Financieel-economische geborgenheid van de vrouw (en
verzen 4:11 en 4:34 deel1)
5.3. Mannen en vrouwen in de rechtspraak (en vers 2:282)
5.4. Vrouwen in politiek en maatschappij
5.5. Huwelijk en seksualiteit
5.6. Over fysiek geweld tegen vrouwen en gehoorzaamheid (vers
4:34 deel 2)
5.7. Koranische terechtwijzing aan mannen die vrouwen
minderwaardig vinden.
6. Besluit
x. Voetnoten
Inleiding
"Volgens de Islam zijn mannen superieur aan vrouwen". De opmerking is de laatste tijd niet meer uit de lucht.
Of omgekeerd: "vrouwen zijn minderwaardig volgens de Islam".
Het kan niet miskend worden dat - net als op sommige andere plaatsen -
in sommige muslimgemeenschappen vrouwen gediscrimineerd worden.
Maar is dat typisch voor de Islam? Of heeft het niets met het Islamitisch model an sich te maken,
en is de dagdagelijkse praktijk eerder het gevolg van tradities, culturele gebruiken en vastgeroeste gedragspatronen?
Enkel een analyse van de Koran en de Sunnah kan een duidelijk beeld opleveren van de plaats van
de vrouw volgens de Islam. Hieruit zal blijken dat inzake mannen en vrouwen de hele Koranische
Boodschap gebouwd is rond een sterk centraal gelijkheidsbeginsel. Er hoeft niet noodzakelijk een
tegenstelling te bestaan tussen vrouwenrechten en Islam.
1.
Interpretatie van de Koran
In het Islamitisch discours, wordt de (oorspronkelijke, Arabische)
Koran aanzien als letterlijk, werkelijk, het "Woord van God", zoals het
door de Aartsengel Gabriël overgebracht werd aan de Profeet
Mohamed. Elk vers uit de Koran is een mirakel op zich. Al is het de
bedoeling zoveel mogelijk over God te leren om te achterhalen hoe men
God best kan dienen, toch kan men God nooit helemaal kennen. Immers,
God is uniek:
"Zeg: "Hij is God,
als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt
en niet één is aan Hem
gelijkwaardig."" (Koran 112:1-4)
Deze uniciteit van God houdt
al meteen een waarschuwing in: in het Islamitisch discours kan geen
mens beweren het Woord van God volledig te begrijpen. Wie dit wel zou
doen, zou zich op gelijke hoogte plaatsen met God, wat in de Islam
zowat de zwaarste zonde is vermits dit het eerste en meest
essentiële geloofspunt - dat er geen god is dan God -
verbreekt.
Men kan dus hoogstens zeggen dat men het Woord van God zoekt te
begrijpen. Daarbij zullen verschillende mensen tot verschillende
interpretaties komen. De uniciteit van God, houdt met andere woorden
tegelijk een pluriformiteit van de interpretaties ervan in.
Wat volgt, is dan ook niet "de" interpretatie van de Koran - die
bestaat niet. In vergelijking met het Woord van God, is elke lezing,
ook diegene die hierna volgt, slechts een poging tot begrijpen.
2.
Beoordelingscriterium voor (on)gelijkheid.
Wanneer men het over (on)gelijkheid van mannen en vrouwen wil hebben, moet men eerst bepalen op welk
criterium men mannen en vrouwen wil vergelijken. In de Islam, ligt het ultieme oordeel bij God.
Hij is het immers die op Oordeelsdag over alle mensen zal oordelen.
Als er in de Islam een
fundamentele ongelijkheid bestaat tussen mannen en vrouwen, moet zich dat vertalen in een bevoordelen
van mannen op Oordeelsdag. Daar is echter geen sprake van. De voorwaarden om tot het Paradijs toegelaten
te worden, zijn precies dezelfde voor mannen als voor vrouwen. Dit principe wordt gevestigd in verzen als:
"De mannen en vrouwen die zich (aan God) hebben overgegeven, de gelovige mannen en vrouwen, de onderdanige
mannen en vrouwen, de geduldig en volhardende mannen en vrouwen, de deemoedige mannen en vrouwen, de mannen en vrouwen
die aalmoezen geven, de mannen en vrouwen die vasten, de mannen en vrouwen die hun schaamstreek kuis bewaren, de mannen
en vrouwen die God veel gedenken, voor hen heeft God vergeving en een geweldig loon klaargemaakt." (Koran 33:35)
Op dit toch wel essentieel punt, laat de Koran geen enkele ruimte voor interpretatie in het voordeel van de een of de ander:
er wordt expliciet vermeld dat "mannen en vrouwen" op exact dezelfde gevolgen kunnen rekenen voor hun daden.
"Maar wie - hetzij man of vrouw - deugdelijke daden doet als gelovige, zij zullen de tuin binnengaan en jullie
wordt nog niet zoveel als de holte in een dadelpit onrecht aangedaan." (Koran 4:124)
"Toen verhoorde
hun Heer hen: "Ik laat het werk van iemand van jullie die (goed) doet niet verloren gaan, of het nu een man is of een vrouw,
jullie horen bij elkaar. ..."" (Koran 3:195)
Hieruit blijkt dat God geen enkel onderscheid
maakt tussen de manier waarop hij mannen en vrouwen beoordeelt. Gelijker is niet mogelijk. En vermits God, de Hoogste Instantie
in de Islam, mannen en vrouwen als gelijken behandelt, met welk recht zouden mannen de vrouwen dan als inferieur kunnen beschouwen?
Het is ook belangrijk er de aandacht op te vestigen dat het Arabisch woord voor God (Allah) noch mannelijk, noch vrouwelijk is.
De Koran werd in het Arabisch geopenbaard, en bijgevolg is er ook taalkundig in het Islamitisch
Godsconcept geen enkel geïmpliceerd voordeel ten gunste van mannen of vrouwen.
3.
Aard van de mens
Op spiritueel vlak hebben mannen en vrouwen volgens de Koran dezelfde
aard. De een is niet ondergeschikt aan de ander, ze zijn beiden uit
dezelfde eenheid ontstaan.
"O mensen, vreest
jullie Heer die jullie uit één wezen
geschapen heeft, die uit hem zijn echtgenote schiep en die uit hen
beiden vele mannen en vrouwen heeft voortgebracht en [over de aarde]
verspreid. ... ". (Koran 4:1)
De essentiële
verbondenheid van mannen en vrouwen wordt uitgedrukt in volgend vers:
"... zij zijn
bekleding voor jullie en jullie zijn bekleding voor haar".
(Koran 2:187)
In het Islamitische
Scheppingsverhaal wordt Eva, en bij uitbreiding elke vrouw, niet
beladen met de schuld voor de zondeval van Adam (de man). Nergens in
heel de Koran wordt zelfs maar gesuggereerd dat Eva als eerste van de
verboden vrucht zou gegeten hebben en daarna Adam in haar zonde zou
meegesleurd hebben. In het Koranisch model hebben zowel Adam als Eva
zich laten verleiden door Satan. In het Islamitisch discours is de
vrouw dus niet belast met de rol van verleidster tot zonde (Koran
7:19-27).
1 Het is integendeel zo dat de Koran mannen en
vrouwen definieert als elkaars medestanders. Ze helpen elkaar het
rechte pad te bewandelen:
"Maar de gelovige
mannen en vrouwen zijn elkaars medestanders, zij gebieden het
behoorlijke, verbieden het verwerpelijke" (Koran 9:71).
4. Kennis van de beoordelingsregels
4.1. Belang van kennis van
Gods Geboden.
Volgens de Koran betoonden Adam en Eva oprecht berouw voor hun misstap, waarop de Genadevolle
God hen vergiffenis schonk (er is in de Islam geen Erfzonde - elk kind wordt puur, zonder zonde geboren). God gaf de mens
een nieuwe kans: wanneer ze zich op aarde wel aan de Goddelijke Bepalingen houden, kunnen ze na hun dood terugkeren naar
het Paradijs. Dat is nu precies de zin van het leven: het is een test om te zien wie naar het Paradijs kan terugkeren en
wie een eeuwigheid in de Hel zal doorbrengen. Het oordeel daarover ligt uitsluitend bij God, en is gebaseerd op de manier
waarop de mens zich hier gedraagt en of dat gedrag al dan niet in overeenstemming is met de Goddelijke Bepalingen. De
Koran zet daarbij de deuren van de Hemel open voor iedereen die gelooft in en handelt volgens de Bepalingen van
God zoals ze door de respectievelijke Profeten werden verkondigd, ongeacht de naam van het geloof waartoe men behoort:
"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag
geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij
bedroefd zijn." (Koran 2:62)
Vermits God zal oordelen op grond van het gedrag van de mensen
(en de intenties ervoor) is het nodig kennis te vergaren over hoe God wil dat de mens zich gedraagt.
4.2. Kennisoverdracht
In de Islam werd het Woord van God niet exclusief via mannen aan de mensheid doorgegeven.
Zo argumenteerde Imam ibn Hazm, 2 een vooraanstaand
muslimgeleerde die met zijn standpunt niet alleen staat, op grond van de Koran en de Sunnah dat Islam ook een aantal vrouwelijke
Profeten heeft gekend.
Vrouwen worden ook unaniem aanvaard als aanbrengers van ahadith (uitspraken van de Profeet
Mohamed). De ahadith vormen samen met de Koran de basis van het Islamitisch stelsel. Getuigenissen van vrouwen over wat de
Profeet zei, staan op gelijke voet met wat mannen rapporteerden over uitspraken en gedragingen van de Profeet.
3
4.3. Kennisgaring
Dat God geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen, zou kunnen omzeild worden door hen
niet dezelfde toegang tot kennis te verlenen over hoe de mens zich moet gedragen om in Gods gratie te komen. Er moet dus
onderzocht worden of mannen en vrouwen vanuit het model gelijke toegang krijgen tot kennisgaring.
Het allereerste
vers dat aan de Profeet Mohamed geopenbaard werd, luidde:
"Lees voor in de naam van jouw Heer die heeft
geschapen" (Koran 96:1)
Dit vers is een permanente opdracht, een leerplicht zelfs, om
gedurende het hele leven kennis te verwerven over God en
Gods Schepping. Er wordt nergens gesteld dat het leren alleen voor mannen geldt. Omgekeerd worden vrouwen nergens van
dit leergebeuren uitgesloten. Het betreft een opdracht van God, rechtstreeks en gelijkelijk aan mannen én vrouwen.
4
5. De gedragsregels van het Islamitisch model
5.1. Algemene regel inzake mannen en vrouwen
In overeenstemming met het gegeven dat er
voor God geen enkel verschil is in de manier waarop Hij mannen en vrouwen beoordeelt, is de algemene regel die het
gedrag van mannen en vrouwen tijdens dit leven reguleert, dat mannen en vrouwen in alle aangelegenheden gelijken zijn.
Deze regel is onder meer gebaseerd op de uitspraak van Profeet Mohamed, die zei:
"Vrouwen zijn de
tweelinghelften van mannen" (Gemeld door Imaam Ahmad).
Uitzonderingen bevestigen ook
hier de regel. Hierna worden een aantal van deze gevallen besproken. Er wordt telkens nagegaan of deze uitzonderingen
een fundamentele benadeling van de vrouw inhouden.
5.2. Financieel-economische rechten en
geborgenheid van de vrouw
Van de regels die God openbaarde en waaraan muslims zich moeten houden
willen zij een kans maken in het Paradijs te geraken, zijn er een hele
reeks die de onderlinge relaties tussen mensen regelen. Daartoe behoren
regels die de relaties tussen leden van een gezin (en bij uitbreiding
van een familie) regelen. Ze liggen vast in wat men het Islamitisch
familierecht noemt. Deze regels hangen nauw samen met de economische
situatie van de vrouw. Vermits sommigen in dit luik ongelijkheden menen
te ontwarren, wordt nagegaan of hier van fundamentele achterstelling
sprake is.
Volgens het familierecht, ligt de financiële zorgplicht van
een gezin volledig bij de man. De man als broodwinner dus. Hij is
verplicht te voorzien in alle kosten van zijn gezin. Hij moet daarbij
handelen volgens zijn vermogen. Een vermogend man kan bijvoorbeeld niet
voor zichzelf maatpakken aanschaffen en voor vrouw en kinderen enkel
goedkope confectiekleren bekostigen:
"Laat haar wonen
waar jullie wonen, naar jullie vermogen. (...) De welgestelde moet naar
zijn welstand bijdragen geven en wie met mate levensonderhoud is
toebedeeld moet bijdragen geven van wat God hem gegeven heeft. ..."
(Koran 66: 6-7)
De vrouw heeft daarentegen
geen financiële zorgplicht. Omgekeerd zelfs, er wordt vanuit
het familierecht altijd voorzien in haar financiële noden en
in die van haar kinderen. Deze zorgplicht valt ten laste van haar vader
of haar man of haar broer en zo verder, naar gelang van de
omstandigheden.
Een vrouw kan kiezen om huisvrouw te zijn. Als moeder wordt haar taak
zeer hoog gewaardeerd:
Een man kwam bij de
Profeet Mohamed en vroeg hem: O Boodschapper van God, wie onder de
mensen is mijn gezelschap het meest waardig? De Profeet zei: jouw
moeder. De man zei en wie wie daarna? De Profeet zei: jouw moeder. De
man vroeg verder, en vroeg wie komt er daarna? Pas dan zei de Profeet:
jouw vader. (Bukhari)
De vrouw in de Islam heeft
echter ook het recht te gaan werken, geld te verdienen, eigendom te
bezitten in haar eigen naam, te erven, wettelijke contracten af te
sluiten, handel te drijven, en haar vermogen te beheren zoals zij dat
zelf wenst. Voor dezelfde inspanning, krijgt ze dezelfde vergoeding als
de man. Zij kan ook haar eigen bedrijf runnen, en niemand - ook niet
haar man - kan aanspraak maken op het vermogen of het inkomen van de
vrouw.
5 Het inkomen dat ze verwerft is volledig en
exclusief voor haar. Ze moet niets bijdragen om de kosten van het gezin
te lenigen, vermits de financiële zorgplicht voor het gezin
volledig bij de man ligt. Anders gezegd: zelfs als de vrouw een eigen
inkomen of vermogen heeft, is de man nog altijd verplicht te voorzien
in alle financiële kosten van de vrouw en haar kinderen. Al is
het de vrouw vanzelfsprekend niet verboden een bijdrage te leveren in
de kosten van het gezin, maar ze moet dat niet doen.
Vanuit die context wordt de betekenis van een aantal verzen in de Koran
nu duidelijk:
"De mannen zijn
{qawwamuuna} voor de vrouwen, omdat God de een boven de ander heeft
bevoorrecht en omdat zij van hun bezittingen uitgegeven hebben (voor
het onderhoud van vrouwen)..." (Koran 4:34 - de rest van dit
vers wordt later in dit artikel uitgewerkt)
Er wordt aan herinnerd dat de
enige echte Koran de Arabische Koran is zoals Hij geopenbaard werd aan
Mohamed. Een Koranvertaling wordt niet als Koran aanzien, maar wel als
"een interpretatie van de betekenis van de Koran door een vertaler".
De vaak gebruikte vertaling dat mannen "zaakwaarnemers"
zijn van vrouwen is ongelukkig gekozen en kan aanleiding geven tot
verkeerde interpretatie van dit vers. Vrouwen nemen hun eigen zaken
waar, kunnen een eigen job uitoefenen, hun inkomen beheren, enz.
Bovendien is het hele vermogen van de vrouw onschendbaar, haar man kan
daar niet aan. De Arabische tekst van bovenstaand vers gebruikt het
woord {qawwam}. Dit is een intensieve vorm van {qaim} en betekent :
zorg dragen voor, verantwoordelijk zijn voor (voor het algeheel
welzijn, fysisch, emotioneel, financieel enz.). Het is in die zin dat
dit vers begrepen moet worden. Het vers zegt dus eigenlijk: De mannen
moeten zorg dragen voor de vrouwen.
2
Het is om die zorgopdracht te kunnen volbrengen, dat God "de
een boven de ander bevoorrecht heeft omdat zij van hun bezittingen
uitgegeven hebben (voor het onderhoud van vrouwen)". De
bevoorrechting wordt dus enkel met de zorgplicht in verband gebracht.
Dit hangt samen met vers 4:11. Daaruit blijkt dat een man niet
bevoorrecht is de zin dat hij superieur is aan de vrouw, maar wel in
die zin dat hij in het erfrecht (en enkel daar) financieel een groter
deel krijgt omdat hij financieel ook alle lasten draagt. In de Islam
krijgt in geval van erfenis een zoon immers twee parten en een dochter
één part:
"God draagt jullie
met betrekking tot jullie kinderen op: voor een mannelijk [kind]
evenveel als het aandeel van twee vrouwelijke..." (Koran
4:11)
De zoon moet als man zijn
dubbel part gebruiken voor het "zorg dragen van" een
hele reeks personen benevens zichzelf (zijn vrouw, zijn kinderen,
eventueel ook zijn moeder wanneer vader zou overleden zijn, enz).
Hoewel de dochter als vrouw geen enkele financiële zorgplicht
heeft, en er in tegendeel altijd financieel voor haar gezorgd wordt,
heeft de Islam haar wel een erfdeel toegekend.
6 Het part dat zij krijgt en dat weliswaar
kleiner is, mag ze bovendien volledig voor zichzelf houden.
Het feit dat de man inzake erfrecht financieel bevoorrecht is geeft de
man geen enkele superioriteit of dominantie, het geeft hem integendeel
extra verantwoordelijkheden die niet vrijblijvend zijn.
Mannen wordt voorgeschreven royaal te spenderen aan hun gezin:
Het werd gemeld
door Abu-Darda (radhiallaho anho) dat de Profeet (sallallaho alaihi
wasallam) mij opdroeg: "Besteed zoveel als mogelijk aan je gezin."
(Kanz)
Wanneer een vrouw vindt dat
haar man te krenterig is, mag ze zelf nemen wat ze redelijkerwijze
nodig heeft - zelfs zonder dat hij er weet van heeft:
'Aisha vertelde dat
Hint bint 'Utba zei: "O Gods Apostel. Abu Sufuan is een vrek en hij
geeft mij niet voldoende voor mij en mijn kinderen. Kan ik van zijn
bezit nemen zonder dat hij er van weet?" De Profeet zei: "Neem wat
voldoende is voor u en uw kinderen, en het bedrag moet eerlijk en
redelijk zijn" (Bukhari)
Het niet nakomen van zijn
zorgplicht heeft gevolgen voor de man, in het hiernamaals maar ook
hier. Wanneer hij niet voldoende spendeert aan vrouw en kinderen, is
dit een van de redenen op grond waarvan zijn vrouw een echtscheiding
kan aanvragen (Koran 65:6-7).
7
Dat een man zorgplicht heeft, ontslaat een man evenmin van een deelname
in de huishoudelijke taken. In navolging van Profeet Mohamed die een
deel van het huishoudelijk werk op zich nam (zoals herstellen van
kledij of opmaken van het bed), worden mannen in de Islam aangemoedigd
hun vrouwen te helpen in het huishouden,
9 ongeacht of de vrouw huisvrouw is of uit werken
gaat.
Bovendien is het huishouden doen geen verplichting voor de vrouw - al
is het in de praktijk vaak zo dat wanneer de man kostwinner is, de
vrouw zorg draagt voor het huishouden. Ze moet
dit echter niet doen. Van rechtswege is een huwelijk in de Islam immers
geen dienstbaarheidscontract maar een verbintenis tussen gelijken.
2,9
5.3.
Vrouwen in de wet
De rechtspraak maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Mannen
en vrouwen worden op precies dezelfde manier beoordeeld. Als haar
schade wordt berokkend, heeft de vrouw recht op dezelfde compensatie
als die welke aan een man zou toegekend worden in een gelijkaardige
situatie. Als de vrouw een burgerlijke misdaad begaat, gelden dezelfde
maatstaven en krijgt zij dezelfde straffen opgelegd als een man.
10
Volgend vers vestigt een principe dat men zou kunnen samenvatten als:
"gelijke daden (van man en vrouw) leiden tot gelijke sancties (voor man
en vrouw)".
"De overspelige
vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd
geselslagen..." (Koran 24:2)
Een analyse van de betekenis
van lijfstraffen in de Koran valt buiten het bereik van dit artikel. De
aard van de sanctie voor het ogenblik dan ook buiten beschouwing
latende, toont het vers wel aan dat gelijke daden tot gelijke sancties
en straffen leiden. Man en vrouw worden precies op dezelfde manier
behandeld.
Bovendien zijn, op één enkele uitzondering na,
ook de getuigenissen van een man en van een vrouw gelijkwaardig. Omdat
hierover nogal wat misvattingen bestaan, wordt hier in detail op
ingegaan.
De regel die het algemene principe van gelijkwaardigheid van getuigenis
vestigt, is als volgt:
11
"Zij die hun
echtgenotes beschuldigen en behalve zichzelf geen getuigen hebben, het
getuigenis van hen zal zijn dat hij viermaal bij God getuigt dat hij
iemand is die de waarheid zegt. En de vijfde maal [moet hij uitspreken]
dat Gods vloek op hem zal rusten als hij een leugenaar is. En als zij
viermaal bij God getuigt dat hij een leugenaar is, dan weert dat voor
haar de bestraffing af. En de vijfde maal [moet zij uitspreken] dat
Gods toorn op haar zal rusten als hij iemand is die de waarheid zegt."
(Koran 24:6-9)
Op deze algemene regel van
gelijkwaardigheid van getuigenissen wordt in de Koran slechts in
één zeer wel omschreven geval een uitzondering
gemaakt, met name voor getuigenissen bij financiële
transacties:
"Jullie die
geloven! Wanneer jullie met elkaar schuldverbintenissen aangaan tot een
vastgestelde termijn, schrijft die dan op. Een schrijver moet het in
jullie bijzijn correct opschrijven. Een schrijver mag niet weigeren te
schrijven zoals God hem geleerd heeft; hij moet dus schrijven en hij
die de verplichting aangaat moet dicteren. Hij moet God zijn Heer
vrezen en niets eraan te kort doen. Als hij die de verplichting aangaat
zwak van geest of van lichaam is of niet in staat is zelf te dicteren,
dan moet zijn zaakwaarnemer correct dicteren. En roept twee getuigen op
uit het midden van jullie mannen. En als er geen twee mannen zijn, dan
een man en twee vrouwen uit hen die jullie als getuigen aanvaarden,
zodat als één van haar beiden zich vergist, de
andere haar eraan kan herinneren. De getuigen moeten niet weigeren als
zij opgeroepen worden. Verafschuwt niet het op te schrijven, of het
klein is of groot, met zijn termijn. Dat is rechtmatiger bij God,
juister voor het getuigenis en het bevordert dat jullie niet
twijfelen. Alleen als het om aanwezige koopwaar gaat die jullie onder
elkaar uitwisselen, dan is het geen overtreding voor jullie als jullie
het niet opschrijven. En neemt getuigen wanneer jullie met elkaar een
koop afsluiten, maar laat schrijver noch getuige schade lijden. Als
jullie dat doen dan is dat voor jullie een schande. Vreest God; God
onderwijst jullie en God is alwetend." (Koran 2:282)
Wat in dit vers zeker niet
gevestigd wordt, is dat vrouwen minderwaardig zouden zijn aan mannen.
Er wordt al evenmin gevestigd dat "in het algemeen" de getuigenis van
een vrouw minder waard is dan die van de man vermits eerder genoemd
vers 24:6-9 de regel vestigt dat hun getuigenissen gelijkwaardig zijn.
Waar het hier in vers 2:282 wel over gaat, is het nastreven van
rechtvaardige financiële transacties.
Immers, in financiële aangelegenheden is de mannelijke getuige
vanuit zijn financiële zorgplicht met zekerheid
vertrouwd met deze materie, terwijl de vrouwelijke getuige in dit
specifiek geval mogelijk maar niet met zekerheid
vertrouwd is met de complexiteiten van financieel beheer aangezien zij
geen zorgplicht heeft.
Het is op grond van dit verschil in zekerheden dat er vanuit het model
een mogelijk onevenwicht ontstaat. Dit ondervangen, is de enige reden
waarom hier afgeweken wordt van de algemene regel. Op die manier worden
onvrijwillige onnauwkeurigheden en onrechtvaardigheden op grond van een
mogelijke (maar evenmin zekere) ongelijkheid aan kennis voorkomen,
zowel voor getuigenissen bij financiële transacties zelf als
in rechtszaken die daarvan het gevolg zouden kunnen zijn.
Naarmate meer en meer vrouwen deelnemen aan het economisch leven,
verzwakt uiteraard het hele argument dat deze uitzonderingsregel nodig
maakt.
Wie de financiële transactie afsluit, een man of een vrouw,
maakt niet uit, zij hebben dezelfde rechten. Het vers handelt enkel en
alleen over de getuigen in dit specifieke geval,
niet over diegenen die de transactie uitvoeren. Een zakelijke
overeenkomst kan dus net zo goed door een man als door een vrouw
afgesloten worden, en beiden hebben dezelfde waarde. Ook wanneer twee
vrouwen een transactieovereenkomst afsluiten, of een man en een vrouw,
of twee mannen, kunnen zij daarvoor de getuigenis van een man of van
twee vrouwen inroepen. Als "handelaars" of "zaakvoerders" zijn vrouwen
volledig evenwaardig aan mannen. Daaruit blijkt eens te meer dat het
vers niet de bedoeling heeft vrouwen als minderwaardig of (financieel)
onkundig op te voeren. Het vers wordt alleen ingegeven door een
voorzichtigheidsprincipe omdat mannelijke en vrouwelijke getuigen
vanuit het model niet met zekerheid over dezelfde kennis van deze
materie beschikken.
De regel vestigt verder dat men de getuigen zelf mag kiezen ("uit
hen die jullie als getuigen aanvaarden"). Dit verhoogt de
kans dat men getuigen met kennis van zaken kan kiezen. De hele
uitzonderingsregel is er op gericht de onzekerheid weg te nemen en
maximale kansen te bieden dat de getuigen degelijke getuigen zijn.
Er moet hier herhaald worden dat in alle andere gevallen de getuigenis
van een man en die van een vrouw wel gelijkwaardig zijn.
5.4.
Vrouwen in politiek en maatschappij
De vrouw heeft precies hetzelfde recht op vrije meningsuiting als de
man. Er zijn talrijke ahadith waarin gemeld wordt dat vrouwen de
discussie aangingen met de Profeet over allerhande onderwerpen. Soms
werden naar aanleiding daarvan ook Koranische verzen geopenbaard.
"Imam Ahmad meldde
dat A'ishah zei: "Alle lof komt God toe, Die alle stemmen hoort. De
vrouw die twistte kwam bij de Profeet en redetwistte met hem terwijl ik
in een ander gedeelte van de kamer was en niet kon horen wat ze zei.
God de Verhevene en de Meest Geëerde openbaarde dit vers :
"God heeft haar wel horen spreken die met jou over haar echtgenoot
twist..." (het betreft hier de Openbaring van de verzen
58:1-4)
Een vrouw heeft het recht om
over het even welke zaak van openbaar belang haar opinie te uiten en
deel te nemen aan het politiek proces. 1400 jaar geleden reeds vestigde
de Koran het stemrecht voor vrouwen in een vers waarin vrouwen het
recht toegekend wordt een leider te kiezen en dit publiekelijk te
verklaren:
"O profeet! Wanneer
gelovige vrouwen tot u komen, haar eed van trouw aan u afleggende,
(...) neem dan haar trouw aan en vraag vergiffenis voor haar van God."
(Koran 60:12)
Algemeen worden mannen en
vrouwen aangemoedigd deel te nemen aan en bij te dragen tot alle zaken
van openbaar belang:
"Maar de gelovige
mannen en vrouwen zijn elkaars medestanders, zij gebieden het
behoorlijke, verbieden het verwerpelijke, verrichten de salaat, geven
de zakaat en gehoorzamen God en Zijn gezant. ..." (Koran
9:71)
Een vrouw moet dus helemaal
niet thuis opgesloten worden. Dat blijkt ook uit de woorden van Profeet
Mohamed zelf:
Aisha meldde dat
Saudah bint Zam'ah op een avond uitging. 'Umar zag haar en herkende
haar en zei: "Bij God, O Saudah, waarom verberg jij je niet voor ons?".
Ze keerde terug naar de Profeet (vrede zij met hem) en vertelde hem
erover terwijl hij aan het eten was in haar kamer, en hij zei: " Het is
toegestaan door God dat je uitgaat voor je noden."
12
Vermits een vrouw zaken mag
doen, handel mag drijven, mag deelnemen aan het sociaal leven en aan
het politiek gebeuren enz., is de betekenis van de toelating om
buitenshuis van alles te doen, zeer ruim. De enige beperking erop is
dat de vrouw (net als de man trouwens) zich ook buitenshuis gedraagt in
overeenstemming met haar geloof.
5.5. Huwelijk en seksualiteit
Het huwelijk wordt in de Islam aanzien als de hoeksteen van de
samenleving en vormt een onderdeel van de religieuze
verantwoordelijkheden. Mohamed zei:
" Wanneer de
dienaar van God huwt, heeft hij al de helft van (de
verantwoordelijkheden die hem opgelegd worden door) het geloof
vervuld." (Mishkat)
De bedoeling van het huwelijk
is dat mannen en vrouwen bij elkaar vrede en liefde zouden vinden:
"En tot Zijn
tekenen behoort dat Hij voor jullie echtgenotes uit jullie eigen midden
geschapen heeft om bij haar rust te vinden. En Hij heeft liefde en
erbarmen tussen jullie gebracht." (Koran 30:21)
Het huwelijk wordt in de
Islam aanzien als een partnerschap, een verbintenis tussen gelijken.
Shaykh Dr. Ad-Darsh, voormalig Faqih van Al-Azhar,
Kairo, en voorzitter van de UK Shari'ah Council,
zegt hierover:
"de Fuqaha - de
legalisten - definiëren dit contract als Aqdu Istimtaa' - een
overeenkomst die alle partijen toelaat genoegen te hebben in deze
intieme relatie. Het is geen overeenkomst van dienstbaarheid
(servitude) of iets van die aard. Dus wanneer het op de wettelijkheid
aankomt, en iedereen zegt "waar zijn mijn rechten", dan ontheft dit
contract de vrouw van het poetsen of dergelijke zaken. In de woorden
van Ibn Hazm, een van de grotere literalistische geleerden, is het de
plicht van de echtgenoot het eten bereid naar zijn vrouw te brengen. En
de Fuqaha zeggen over het algemeen dat wanneer een vrouw behoort tot
diegenen die gewoon zijn bediend te worden - de "upper class" - dan is
het de plicht van de man om haar een huisbediende te geven om voor hem
te zorgen. Hoewel er wordt gezegd dat goede manieren vragen dat de
vrouw zorgt voor wat in het huis is, en dat de man zorgt voor wat
daarbuiten is, toch is het zo dat normale wellevendheid dicteert dat de
echtgenoot zijn vrouw een handje toesteekt".9
De Shaykh verwijst daarbij
naar het voorbeeld van de Profeet Mohamed, die, zoals eerder gezegd,
ook een deel van de huishoudelijke taken voor zich nam.
In het huwelijk, hebben beide partijen rechten en plichten. Tijdens
zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:
"O mensen, jullie
vrouwen hebben zekere rechten over jou en jullie hebben zekere rechten
over hen".
1400 jaar geleden was dat
baanbrekende taal. Tot dan hadden de vrouwen in de stammen eigenlijk
geen rechten. Door Mohamed werden mannen en vrouwen ineens als gelijken
behandeld, met wederzijdse rechten en plichten.
Het behoort tot de rechten van de vrouw dat zij haar echtgenoot kan
kiezen. Een meisje kan niet verplicht worden met iemand te trouwen.
Ouders kunnen wel een partner voorstellen, maar een meisje is niet
verplicht het hiermee eens te zijn. Wanneer ze toch tegen haar zin
uitgehuwelijkt wordt, geeft dit de vrouw het recht op echtscheiding:
"Er werd gemeld
door Khansa bint Khidam Al-Ansariya dat haar vader haar ten huwelijk
gaf en zij dit huwelijk niet graag had. Dus ging zij naar de Apostel
van God en hij verklaarde het huwelijk ongeldig."
In een andere versie van deze
hadith zei de dame in kwestie dat ze het huwelijk aanvaardde maar dat
ze vrouwen wou laten weten dat ouders geen recht hebben om hen een
echtgenoot op te dringen (Ibn Majah).
Een vrouw heeft ook geen toestemming nodig van haar ouders om te huwen.
13
Verder kan een vrouw zelf haar huwelijkscontract onderhandelen en kan
ze daarin allerhande bepalingen laten opnemen. Haar vermogen is in elk
geval onschendbaar - er kan nooit beslag op gelegd worden door haar
man.
De gelijkheid van man en vrouw binnen het huwelijk blijkt ook uit wat
Islam zegt over seksualiteit, die in de Islam gereserveerd is voor
binnen het huwelijk en die daarbinnen ook gereguleerd wordt. In de
Islamitische samenlevingen heeft er overigens op seksualiteit nooit een
taboe gerust. Seksualiteit wordt aanzien als één
van de fysische basisbehoeften (naast eten en drinken). Het zijn ook
deze drie behoeften waarvan muslims zich in de Ramadan onthouden van
dageraad tot zonsondergang.
Een bevredigende seksuele relatie wordt als belangrijk aanzien voor een
goed huwelijk. Dit geldt voor beide partners. Islam kent man en
vrouw het recht op seksuele satisfactie toe. Juist omdat seksualiteit
aanzien wordt als een van de fysische basisbehoeften, is het ontbreken
van seksuele satisfactie zowel voor de man als voor de vrouw een
geldige reden om te scheiden.
8
Daarnaast maakt Islam het voor mannen en vrouwen ook mogelijk aan
gezinsplanning te doen. Uit ahadith blijkt dat de Profeet Mohamed ervan
op de hoogte was dat sommigen in zijn gezelschap coïtus
interruptus toepasten. Hij verbood hen dat niet. Op grond daarvan wordt
in de Islam het gebruik van voorbehoedsmiddelen om aan gezinsplanning
te doen toegestaan.
14,15
Er moet ook nog aangestipt worden dat Islam echtscheiding toestaat -
ook voor vrouwen, al moedigt het model eerst verzoeningspogingen aan,
onder meer door het inlassen van een afkoelingsperiode. In geval van
conflicten in het huwelijk kunnen man en vrouw ook elk een
vertegenwoordiger aanstellen (gewoonlijk een familielid), die dan met
elkaar gaan praten om zo de weg te effenen voor het oplossen van het
conflict. Wanneer verzoening niet mogelijk blijkt, is echtscheiding
toegelaten. Talrijke verzen in de Koran en uitspraken van de Profeet
handelen hierover. Zo kan een vrouw scheiden omdat een man haar slaat
(fysiek geweld tegen vrouwen is verboden - hierover straks meer); omdat
hij niet voldoende geld aan haar spendeert; omdat hij haar seksueel
niet bevredigt; omdat hij haar behandelt op een manier die zij met
geduld niet meer kan verdragen; omdat ze denkt dat het in haar eigen
belang is te scheiden; omdat hij in enig opzicht haar geloof hindert
(dat is wel zéér ruim); omdat hij zelf
handelingen stelt die in overtreding zijn van zijn geloof; omdat ze hem
niet meer graag ziet, enz.
7,8. In principe wordt het hoederecht voor
kinderen onder de 7 jaar automatisch aan de vrouw toegekend.
Binnen het huwelijk, worden mannen er voor gewaarschuwd dat ze God
moeten vrezen in de manier waarop ze hun vrouwen behandelen:
Jabir (radhiallaho
anho) meldde dat de Profeet (sallallaho alaihi wasallam) ook de
volgende instructies gaf gedurende zijn preek tijdens zijn Afscheids
Bedevaart. "Vrees God met betrekking tot de vrouwen; vermits jullie hen
gehuwd hebben met het vertrouwen van God." (Mishtat)
De Profeet heeft hier met
andere woorden gezegd dat vrouwen door God beschermd worden tegen wat
hun mannen hen zouden kunnen misdoen, op om het even welk vlak. Dat is
de allerhoogste bescherming die een vrouw in de Islam kan genieten: het
is de bescherming door God zelf. Zo de mannen voor verkeerd gedrag
tegenover hun vrouw al niet gestraft worden in het huidig leven, zal
dit dus zeker gebeuren op Oordeelsdag in het hiernamaals.
De Profeet drong er overigens meermaals op aan dat mannen hun vrouwen
zorgzaam en attent moesten behandelen:
Abu Hurayra
verhaalt dat de Boodschapper van God zei: "De meest volmaakte gelovige
onder de gelovigen is hij die zich best gedraagt en vriendelijkst is
tegenover zijn vrouw." (Abu Dawud)
De Koran legt mannen ook op
mogelijke tekortkomingen van hun vrouwen te verdragen:
"Als jullie een
afkeer van haar hebben, dan zijn jullie misschien wel afkerig van iets
waar God veel goeds in gelegd heeft." (Koran 4:19)
Maar verdragen alleen is niet
voldoende: mannen krijgen de opdracht vriendelijk om te gaan met hun
vrouw:
"...spreek tot hen
op een vriendelijke manier..."(Koran 4:5)
5.6. Over fysiek geweld tegenover vrouwen en gehoorzaamheid
Profeet Mohamed gaf de mannen de opdracht vrouwen niet te berispen of niet te slaan.
Bahz Ibn Hakim vertelde: "Ik vroeg de Profeet hoe om te gaan met vrouwen en hij zei: Voed ze zoals jullie jezelf voeden,
kleed ze zoals jullie jezelf kleden en sla of berisp hen niet."
Hoezo? Geeft de Koran mannen
dan geen toestemming om een ongehoorzame vrouw te slaan?
Deze opvatting is gebaseerd op een interpretatie door
traditionalisten en daarop verankerde vertalingen, van het tweede deel van vers 4:34 dat reeds eerder ter sprake kwam. Er
moet rekening mee gehouden worden dat de vroege interpretatie van de Koran plaatsvond in een sterk patriarchale maatschappij.
Het is dan ook weinig verwonderlijk dat termen waarvoor verschillende betekenissen mogelijk waren, systematisch geïnterpreteerd
werden vanuit het patriarchaal denken van de exegeet. Dit behoort echter tot het cultureel erfgoed, niet tot de oorspronkelijke
Boodschap. Modernisten pleiten dan ook voor het herbekijken van deze interpretaties. 16-19
Wat tot dusver gezegd werd over de plaats van de vrouw in de Islam, wijst op een sterk
gelijkheidsbeginsel in een model met veel respect voor de vrouw. Een regel die zou stellen dat mannen hun "ongehoorzame"
vrouwen mogen "slaan" zou helemaal niet passen in dit model - hoewel het veel mannen goed uitkomt dat sommige woorden
meerdere betekenissen hebben zodat de geïsoleerde verzen in die zin kunnen geïnterpreteerd worden. Of deze interpretatie geldig
kàn zijn, en welke andere interpretatie zich opdringt, zal echter snel duidelijk worden uit een gedetailleerde analyse van het vers
in samenhang met andere regels uit het Koranisch model.
5.6.1. Gehoorzame vrouwen?
Het vers 4:34 beschrijft
gehoorzame vrouwen, maar...:
"De deugdzame vrouwen zijn dus {qanitat}, en zij waken over wat verborgen is, omdat God erover waakt.
"
{qanitat} is een vrouwelijke meervoudsvorm van {qanit}, gebaseerd op de stam {q-n-t}, en betekent
"gehoorzaam zijn". Maar aan wie? Traditionalisten maken er "gehoorzaam aan de man" van - maar dat
staat nergens in het vers vermeld. Bovendien wordt het woord {qanitat} op talrijke andere plaatsen in de Koran uitsluitend in de
betekenis van "onderdanigheid, gehoorzaamheid aan God" gebruikt (zowel voor mannen als voor vrouwen). Dit is
bijvoorbeeld het geval in de verzen 2:116,238; 3:17,43; 30:26; 33:31,35 en 39:9. Er bestaat geen enkele reden om af te wijken
van deze betekenis. 18 Daarom kan gesteld worden dat het
in dit vers niet gaat over gehoorzaamheid aan de man, maar dat het wel gaat over gelovige vrouwen die God gehoorzamen.
5.6.2. {nushuz}
Vers 4:34 gaat verder:
"Maar zij van wie jullie {nushuz} vrezen, ...
Het woord {nushuz}
heeft verschillende betekenissen, waaronder: antipathie, animositeit, vijandigheid, onenigheid, tweedracht.
In de context van het huwelijk, kan {nushuz} vertaald worden als "een vorm van disharmonie in het huwelijk veroorzaakt
door man of vrouw" 17, kort gezegd: huwelijksproblemen.
5.6.3. {adribu}
Het vers vervolgt:
"... vermaant haar, laat haar alleen in de rustplaatsen en {adribu} haar...
"(Koran 4:34)
Voor het woord {adribu}, gevormd rond wortel {d-r-b}, bestaan er tientallen betekenissen, waaronder: slaan, ontwijken, negeren,
vermijden, verlaten.
Zoals gezegd, schreven de vroege Koranexegeten vanuit een patriarchale maatschappij en kozen zij
systematisch voor interpretaties die daarin pasten. Maar doorstaat de interpretatie als "slaan" de test
van het model zelf, waarbij eerder genoemd vers 24:2 de algemene regel vestigt van gelijke straffen voor gelijke daden?
Er is immers geen enkele reden waarom er hier van deze algemene regel zou afgeweken worden: als er zelfs bij overspel
geen onderscheid gemaakt wordt in straf voor mannen en vrouwen, waarom zou dan voor mindere huwelijksproblemen wel een
onderscheid gemaakt worden? Er moet met andere woorden gezocht worden naar de implicaties van de verschillende interpretaties van
{adribu} in samenhang met de rest van het model, ook door te onderzoeken tot wat dit leidt voor het omgekeerde geval, met name
voor huwelijksproblemen veroorzaakt door de man.
-
Stel dat {adribu} betekent: slaan.
-
4:34 luidt dan: mevrouw veroorzaakt huwelijksproblemen, meneer spreekt er haar over aan, als dit niet helpt verlaat
hij het echtelijk bed, als dat niet helpt slaat hij haar. Dit lijkt geen erg logische "opbouw" van de aanpak, zeker niet
wanneer men verzoening op het oog heeft, zoals uit de context van het daarop volgend vers 4:35 blijkt .
-
Afgeleide
betekenis op grond van 24:2 (gelijke daden, gelijke sancties) zou dan opleveren dat wanneer, omgekeerd, een man huwelijksproblemen
veroorzaakt, de vrouw haar man mag slaan.
Dit zou leiden tot een eindeloze echtelijke vechtpartij! Het is duidelijk dat deze
redenering geen steek houdt. Ze is inderdaad ook niet in overeenstemming met wat het model oplegt voor huwelijksproblemen veroorzaakt
door de man, wat meteen besproken wordt.
-
Stel nu dat {adribu} betekent: ontwijken, vermijden, eventueel
zoals Mohammed Abdul Malek 17 voorstelt:
tijdelijk verlaten.
-
4:34 luidt nu: mevrouw veroorzaakt huwelijksproblemen, meneer spreekt er haar over aan, als dit niet
helpt verlaat hij het echtelijk bed (hij ontzegt zichzelf het recht op seksuele satisfactie); wanneer ook dit niet helpt, ontwijkt hij
haar in alle andere opzichten (verbaal, enz.), verlaat hij desnoods tijdelijk het echtelijk dak (en ontzegt hij zich dus nog meer
huwelijksrechten), in de hoop dat dit voor voldoende afkoeling zorgt en met in het achterhoofd het scheppen van ruimte voor een
verzoening (4:35). Dit is al een veel logischere opbouw.
-
Afgeleide betekenis op grond van 24:2 (gelijke daden,
gelijke sancties) zou dan opleveren dat, omgekeerd, wanneer een man huwelijksproblemen veroorzaakt, de vrouw desnoods ook een paar van
haar huwelijksrechten (tijdelijk) opschort, met het oog op het bewerkstelligen van een verzoening.
En dit is nu precies wat vers
4:128 van de Koran, het vers dat handelt over huwelijksproblemen veroorzaakt door de man, zegt:
"En als een vrouw van haar echtgenoot {nushuz}
vreest dan is het voor beiden geen vergrijp als ze zich met elkaar verzoenen; verzoening is beter..." (Koran 4:128)
Met deze interpretatie is het model dus perfect consistent.
Er bestaan verschillende argumenten voor de interpretatie van {adribu} als "ontwijken, vermijden, eventueel
tijdelijk verlaten" :
-
De consistentie van het geïnterpreteerde model is perfect intact.
-
De betekenis van het vers
is consistent met de uitspraken van Profeet Mohamed waarin hij stelt dat mannen hun vrouwen niet mogen slaan en waarmee hij
dus het verbod vestigt op het gebruik van fysisch geweld tegen vrouwen.
-
In die zin geïnterpreteerd, weerspiegelt
het vers nu ook het centraal gelijkheidsbeginsel waarmee de Koran mannen en vrouwen behandelt. Met deze betekenis van {adribu}
resulteert de toepassing van de algemene regel "gelijke daden, gelijke sancties" (24:2) inderdaad in perfect symmetrische
interpretaties voor 4:34 en 4:128.
-
Vers 4:34 stemt nu ook overeen met de geest van het daarop volgende vers dat
verzoening nastreeft.
"En als jullie onmin tussen jullie beiden vrezen, zendt dan een scheidrechter van zijn mensen,
en een scheidsrechter van haar mensen. Als zij beiden het weer goed willen maken, dan zal God hen met elkaar verzoenen. God is
wetend en welingelicht. " (Koran 4:35)
-
De handelswijze is volledig in overeenstemming
met de aanpak die het model voorstelt bij huwelijksproblemen, en is ook logisch, met name het inbouwen van (stapsgewijze) afkoeling
in de hoop verzoening mogelijk te maken.
-
De handelswijze is tevens volledig in overeenstemming met de Koranische regel
die stelt dat wanneer iemands iets slecht doet, men dit moet beantwoorden met gedrag dat beter is, om op die manier een vijandige
situatie in gunstige zin om te buigen:
" Een goede daad en een slechte daad zijn niet gelijk. Beantwoord het slechte met iets dat
beter is. Op die manier zal uw vijand uw vriend worden. Maar het wordt slechts aan hen die geduldig volharden aangeboden. "
(Koran: 41:34)
-
De Islam schrijft bovendien ook voor boosheid te beheersen. 20 Slaan als een uiting van boosheid, zou dus in tegenstrijd
zijn met de Profetische woorden die boosheid
(tenzij ze veroorzaakt wordt door onrecht) omschrijven als afkomstig van Satan, die herhaaldelijk verbieden toe te geven aan boosheid
en in tegendeel stellen dat men boosheid moet beheersen en zo snel mogelijk moet afkoelen, om te vermijden dat men dingen zou doen die
men zich later zou beklagen. Ook in dit opzicht is de vertaling van {adribu} als ontwijken, vermijden, (stapsgewijs)
verlaten, consistent
met het model terwijl een vertaling als slaan dat niet is.
- "Wie boos wordt al staande, moet gaan zitten. Als
de boosheid dan nog niet bekoeld is, moet hij gaan liggen"(Ahmad, Tirmidhi).
- "De besten onder jullie zijn diegenen die traag zijn in boosheid en snel in het afkoelen...
Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam"
(Al-Tirmidhi)
- "Diegene die anderen kan overmeesteren in het worstelen is niet echt een sterk man. Echte kracht is in de persoon
die zichzelf kan beheersen ten tijde van boosheid." (Bukhari)
-
Vers 4:34 vervolgt dat
wanneer de verzoening er komt, wanneer de vrouw dus opnieuw volledig toegewijd is aan het huwelijk, dan "seek not
against
them means (of annoyance)" (Yusuf Ali). Met andere woorden: laat haar dan met rust en rakel het voorbije incident
niet steeds weer op, gebruik het niet steeds weer tegen haar, begin er niet steeds weer over. Het incident is gesloten. Ook
dit is in overeenstemming met de regels van wellevendheid die in de Koran en de Sunnah gevestigd worden.
Er is met andere woorden een zeer sterke zaak te maken voor het interpreteren van {adribu} als "ontwijken,
(stapsgewijs) verlaten", terwijl gebleken is dat een interpretatie als "slaan" leidt tot
inconsistenties en instabiliteit van het geheel van de interpretaties in onderlinge samenhang.
5.7.
Koranische terechtwijzing voor mannen die vrouwen inferieur vinden
Uit al hetgeen voorafging blijkt duidelijk dat de Koran niet toestaat
dat men vrouwen minderwaardig behandelt of hen discrimineert ten
opzichte van mannen, maar dat er systematisch een gelijkheidsbeginsel
gevolgd en nagestreefd wordt. Dat blijkt ook uit de geest van de
uitzonderingen, die er niet op gericht zijn de vrouw als minderwaardig
op te voeren, maar kaderen in algemene betrachtingen van
rechtvaardigheid.
Naast het vestigen van de gelijkheid, bevat de Koran daarenboven
verschillende terechtwijzingen voor mannen die vrouwen inferieur
achten. Zo bevatten de verzen 16:58-62 een zeer strenge terechtwijzing
voor mannen die zonen verkiezen boven dochters. De Koran stelt immers
dat vrouwelijke en mannelijke kinderen volledig gelijkwaardig zijn
(42:47-59).
6. Besluit
Uit deze lezing van Koran en Sunnah blijkt dat de vrouw naar voor
komt als een afzonderlijk individu, met eigen rechtspersoonlijkheid. Ze kan deelnemen aan het politiek, sociaal en economisch leven.
Ze kan zelf haar echtgenoot kiezen, en kan zelf bepalingen in een huwelijkscontract laten opnemen. Het huwelijk is volgens het
Islamitisch recht een verbintenis tussen gelijken. De man kan niets van de vrouw eisen, ook geen dienstbaarheid, terwijl
de vrouw van de man wel zorgplicht kan eisen. De vrouw geniet de vrijheid thuis te blijven, of uit werken te gaan.
In beide gevallen moet de man financieel voor haar zorgen (kledij, woonst, voedsel, medicijnen, enz) en moet hij zijn
deel van de huishoudelijke taken doen.
Het vermogen dat de vrouw zelf verdient of erft, mag ze volledig voor zichzelf houden;
ze moet er niets van gebruiken voor het lenigen van de kosten van het gezin.
Ze kan haar vermogen beheren zoals ze zelf wil, niemand kan aanspraak maken op dit vermogen,
ook haar man niet. Als moeder wordt een vrouw hoog gewaardeerd. Maar met of zonder kinderen,
moet de man zijn vrouw met respect, voorkomendheid en vriendelijkheid behandelen en moet
hij haar mogelijks minder aangename kantjes verdragen. Het gebruik van fysiek geweld tegen de
vrouw is niet toegestaan. Ze kan scheiden, waarbij kinderen onder de 7 jaar in principe aan haar
toegewezen worden. Ze heeft hetzelfde recht op onderwijs als de man. Gelijke daden leveren gelijke
beloningen op. Meest cruciaal is dat ze door God als gelijke aan de man beschouwd wordt, en door God
op precies dezelfde basis zal beoordeeld worden als mannen, dus welke grond zouden mannen dan
nog kunnen hebben om vrouwen als minderwaardig te beschouwen? Trouwens, mannen die vrouwen
als inferieur aanzien, worden in de Koran scherp terechtgewezen.
De dagdagelijkse realiteit
leert echter dat in veel muslimlanden vrouwen niet de rechten hebben die hen nochtans vanuit de Koran
en de Sunnah toegekend worden. In de muslimwereld zijn er dan ook bewegingen actief die een golf van
emancipatie op gang willen trekken. Sommigen zien de oplossing in "meer Islam", niet minder.
Ze willen de Koranische rechten van de vrouw in alle uithoeken kenbaar te maken.
21-24
Vaak immers kennen meisjes en vrouwen hun rechten niet omdat zij in barre economische
omstandigheden niet aan onderwijs toekomen - iets waar zij nochtans ook recht op hebben.
Uit bovenstaande analyse blijkt inderdaad dat er niet noodzakelijk en zeker niet op
alle terreinen een tegenstelling moet bestaan tussen vrouwenrechten en Islam.