Sommigen zullen de titel van dit werkstuk als een contradictio in
terminis beschouwen. Vaak wordt immers geopperd dat Islam een model zou
zijn dat door de leden ervan desnoods met geweld wordt opgelegd aan
andersdenkenden. Uit een analyse van de Koran
1 en de Sunnah
2 blijkt evenwel dat
godsdienstvrijheid in de Islam een zodanig centrale plaats inneemt dat
zonder godsdienstvrijheid Islam zelfs niet kan bestaan. Voor een
geslaagde integratie van Muslims in onze Westerse samenlevingen is het
belangrijk dergelijke universele waarden in de Islam te (h)erkennen (in
plaats van te ontkennen) en deze aan te wenden als bindmiddel.
Zin van het leven.
De centrale rol van vrijheid van godsdienst wordt meteen duidelijk in
de manier waarop Islam zin geeft aan het leven. Deze concepten worden
van in het allerprilste begin, het Scheppingsverhaal, gevestigd. Islam
gelooft dat God eerst de Engelen geschapen heeft (uit zuiver licht),
vervolgens de Jinns (uit rookloos vuur) en tenslotte de mens, Adam (uit
klei, d.i. water en aarde). Op een gegeven moment droeg God Adam op de
naam van alle Engelen te leren. Toen Adam daarmee klaar was, riep God
alle Engelen en Jinns erbij, en begon Hij Adam te ondervragen. Adam gaf
overal het goede antwoord op. Hierop beval God de Engelen en Jinns te
buigen voor Adam, als teken van respect. Iblis (Satan) weigerde dit
goddelijk bevel op te volgen. Hij achtte zichzelf superieur aan Adam
die "slechts uit aarde" geschapen was. Voor deze ongehoorzaamheid aan
God, werd Iblis door God gestraft met verbanning naar de Hel. Iblis
vroeg God echter deze straf uit te stellen tot op de Dag van het
Laatste Oordeel. Iblis zei dat hij er, met de hulp van de Jinns die hem
volgen, tegen dan zou in slagen de meerderheid van de mensen van het
pad van God af te halen om hen tot zijn eigen volgelingen te maken. God
stond Iblis dit verzoek toe, maar gaf ook aan dat op Oordeelsdag al de
mensen die Iblis volgen mee naar de hel zullen worden gestuurd.
3
Hier vallen al meteen een paar zaken op:
-
Iblis geniet duidelijk de
vrijheid om in te gaan tegen een bevel van God. Dit principe wordt al
van in het allerprilste begin gevestigd.
-
Wanneer Iblis geen gevolg
geeft aan een goddelijk bevel om respect te betonen aan Adam is het
niet Adam (de mens) die Iblis straft, maar wel God.
Het vervolg van het verhaal
leert dat Adam zich verveelde en onrustig was, en er daarom een partner
bijkreeg, Eva. Ze kregen gans het Paradijs ter hunner beschikking met
uitzondering van de vruchten van één enkele boom.
Op Goddelijk bevel mochten ze die vruchten niet eten. Iblis, die daar
ook rondliep, zag al meteen zijn kans schoon. Hij begon in te praten op
Adam en Eva: of ze wel wisten wat voor fruit dat was? En waarom God
niet wou dat ze er van aten? Iblis hield hen voor dat ze door het eten
van deze vruchten voor eeuwig als Engelen zouden worden, en dat God hen
dit niet gunde.
4 Aanvankelijk geloofden
Adam en Eva er niets van, maar geleidelijk aan begonnen ze het toch in
overweging te nemen. Uiteindelijk besloten ze allebei van het fruit te
eten. Terloops merken we hier op dat het niet Eva is die Adam ertoe
overhaalt van de vruchten van de verboden boom te eten. Er staat zelfs
nergens dat Eva eerst van de vruchten zou gegeten hebben. Ze hebben er
beiden van gegeten en ze hebben zich daar beiden toe laten verleiden
door Iblis.
5 Eva (de vrouw) is in de
Islam niet beladen met het archetype van "verleidster tot zonde".
God wist natuurlijk ogenblikkelijk dat Adam en Eva gezondigd hadden.
Hij strafte hen met verbanning uit het Paradijs. Ze beseften hun
stommiteit, begonnen te jammeren en smeekten God hen te vergeven. In
het Islamitisch Scheppingsverhaal, geeft God blijk van Zijn
Barmhartigheid en vergeeft Hij Adam en Eva hun zonde. Hij geeft hen een
nieuwe kans: wanneer ze zich op aarde wèl houden aan de
goddelijke geboden, kunnen ze na hun dood naar het Paradijs terugkeren.
Vaststellingen:
-
In Islam is er geen Erfzonde.
Elk kind wordt volledig "puur" en vrij van zonden geboren.
-
De terugkeer naar het
Paradijs gebeurt op basis van beoordeling door God van het gedrag van
de mens, en vooral ook op basis van de intentie die dit gedrag stuurt.
6
Dit verhaal reikt al meteen
de zingeving voor het leven aan. Het leven is met name een test:
"Wij hebben alles
wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te
stellen wie van hen het beste is in wat hij doet." (Koran
18:7)
Om een test te kunnen
doorlopen, moet men vrijheid van keuze hebben. Anders is er van een
test geen sprake. Het hele zingevingsproces is gebouwd op de vrijheid
te kunnen kiezen hoe men zich gedraagt en of men daarbij de Goddelijke
Bepalingen dan wel het advies van Iblis volgt. Het is op de manier
waarop de mens die vrijheid heeft benut, dat hij op Oordeelsdag zal
beoordeeld worden om vervolgens een eeuwigheid in Hemel of Hel door te
brengen, al is God ook Genadig en kan men ook hopen op Vergeving van
zonden.
Toegankelijkheid
van de Hemel.
Het criterium voor de beoordeling van het gedrag van de mens op
Oordeelsdag, is de Goddelijke Wil zoals deze via de talrijke Profeten
geopenbaard werd in de geloofsgemeenschap waartoe men behoort. Dit
betekent dus dat volgens de Islam, alle mensen die leven volgens de
Goddelijke Openbaringen, naar de Hemel kunnen gaan, ongeacht
de naam van hun geloof. Deze regel wordt in de Koran bij
herhaling gevestigd, zoals bijvoorbeeld in:
"Zij die geloven,
zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs
die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor
hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen
zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)
Vermits beoordeling gebeurt
op het gedrag (en de intentie ervoor
6) , zijn Muslims er zelf
niet zeker van dat ze naar de Hemel zullen gaan - wanneer ze zich
slecht gedragen hebben kunnen ze in de Hel terechtkomen. Anderzijds
kunnen volgens de Islam ook Joden of Christenen naar de Hemel gaan.
Uit dit alles blijkt dat er met het oog op de redding van de ziel in de
Islam geen dwingende reden bestaat om zich te
bekeren tot de Islam. Vooreest biedt bekering tot de Islam geen
garantie dat de ziel gered is, dat ze naar de Hemel zal gaan. En
daarnaast kunnen ook niet-Muslims naar de Hemel gaan.
In sommige andere religies is de "redding van de ziel" afhankelijk van
het lidmaatschap van de godsdienst, kunnen alleen de leden van het
eigen geloof naar de Hemel gaan en worden alle niet-leden als heidenen
aanzien die naar de Hel zullen gaan. Dit is niet het geval in de Islam,
volgens dewelke dus ook niet-Muslims tot het Paradijs kunnen toegelaten
worden.
Vrijheid van godsdienst.
Bovendien stelt Islam dat alleen God kan en zal oordelen over het
geloof. Muslims mogen niet oordelen over het geloof van anderen. Dit
principe gaat zelfs zo ver dat er een Islamitische uitdrukking is die
zegt dat wanneer een Muslim een andere Muslim van ongeloof beschuldigt,
er al minstens één ongelovige is, met name
diegene die de andere beschuldigt van ongeloof. Immers, oordelen over
geloof is iets wat alleen God toekomt. Islam is gebouwd rond het
centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak
aanmeten, komt neer op het zich gelijkstellen aan God, en is dus de
zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Er bestaat in de Islam ook
geen instantie die Muslims kan "excommuniceren". Alleen God oordeelt
over geloof en ongeloof.
De Koran stelt bij herhaling dat mensen vrij zijn te geloven wat ze
willen.
"Zeg: "O
ongelovigen. Ik zal niet dienen wat jullie dienen. En jullie dienen
niet wat ik dien. En ik dien niet wat jullie dienen. En jullie dienen
niet wat ik dien. Jullie hebben jullie godsdienst en ik heb mijn
godsdienst." (109:1-6)
Daarbij hoort ook de keuze
ongelovig te zijn.
"Wie het wil, die
moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn."
(Koran 18:29)
Er is dus niet alleen de
vrijheid van om het even welke van de Profeten te volgen, maar er is
ook de vrijheid God de rug toe te keren of te geloven dat God helemaal
niet bestaat.
Verbod van dwang.
Tot dusver werd de godsdienstvrijheid positief gedefinieerd als een
vrijheid op grond waarvan men kan kiezen wat men wil geloven. Om het
belang ervan ondubbelzinnig te vestigen wordt door de Koran ook het
omgekeerde van godsdienstvrijheid, nl. dwang, verboden.
"In de godsdienst
is er geen dwang." (Koran, 2:256)
Muslims zijn immers slechts
waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Zij mogen niemand dwingen.
"Waarschuw de
mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de
autoriteit om iemand te dwingen."(Koran 88:22-23)
Zij mogen mensen wel
vriendelijk "uitnodigen" (Da'wah) tot de Islam, maar daar eindigt het.
"en als iemand
dwaalt zeg dan: "Ik behoor slechts tot de waarschuwers".
(Koran 27:91)
De misvatting dat Islam met
dwang en geweld verspreid zou moeten worden, wordt dan ook helemaal
tegengesproken door de Koran.
Er dient overigens op gewezen te worden dat Islam - het zich
onderwerpen aan God - alleen maar mogelijk is wanneer men vrij is om
dat te doen. Vandaar ook dat Muslims er moeten voor zorgen dat dit
soort vrijheid gegarandeerd is in hun samenlevingen. Het garanderen van
godsdienstvrijheid behoort tot de kern van de Islamitische regelgeving.
Moet men de ongelovigen dan niet doden?
Staat er dan niet in de Koran dat ongelovigen gedood moeten worden?
"En wanneer jullie
hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood..."
(Koran, 47:4)
Dit vers handelt niet over
geloof of ongeloof, maar vestigt principes van de krijgswet. Uit de
Sunnah blijkt dat het vers geopenbaard werd naar aanleiding van de
strijd om Badr, en dat dit vers alleen van toepassing is op de
vijand in een oorlog ("in de strijd"), een vijand die in de
slag om Badr uit ongelovigen bleek te bestaan.
De hoofdregel in de Islam is dat alle leven heilig en onschendbaar is.
De Koran stelt dat wie iemand doodt, "het is alsof hij de
hele mensheid heeft gedood" (5:32). Het vers 47:4 vormt
daarop een uitzondering: in een oorlogssituatie kan het doden van de
vijand onder bepaalde omstandigheden in het heetst van de strijd
toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in
staat is gevangenen te nemen. Dit is dus ook weer geen algemene
oorlogsregel, want in andere oorlogsomstandigheden, als de militaire
mogelijkheden het toestaan, beveelt de Koran aan de vijand
krijgsgevangen te nemen om hem later weer vrij te laten, zoals blijkt
uit het vervolg van hetzelfde vers:
"... maar wanneer
jullie dan de overhand over hen gekregen hebben boeit hen dan stevig
vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen lost te
laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. "
(Koran 47:4)
Het is nu duidelijk dat vers
47:4 de krijgswet tot voorwerp heeft, en in se niets te maken heeft met
geloof of ongeloof. Het vers spreekt de algemene regel van
godsdienstvrijheid dus helemaal niet tegen, en is al zeker geen
algemene regel die stelt dat ongelovigen moeten gedood worden. Het vers
handelt uitsluitend over respectievelijk doden of krijgsgevangen nemen
van de vijand in een oorlogssituatie.
Geldt godsdienstvrijheid ook voor Muslims?
Rest er nog te bekijken of de godsdienstvrijheid ook geldt voor Muslims
zelf. Met andere woorden: mogen Muslims Islam de rug toekeren? Want
wordt er niet gezegd dat Muslims die de Islam verlaten hebben gedood
moeten worden? Voor zover deze mening door sommige Muslims en
niet-Muslims verkondigd wordt, is zij in elk geval niet in
overeenstemming met wat een aantal Islamitische geleerden ervan zeggen.
Zo beklemtoont Maulana Inayatullah Asad Subhani
7 dat de
godsdienstvrijheid ook geldt voor Muslims. Er wordt in sommige verzen
in de Koran evenwel straf voorzien voor mensen die de Islam verlaten,
maar deze straf wordt zonder uitzondering door God opgelegd (en niet
door de mens). Het betreffen verzen met een "ontradend effect", die
Muslims die de Islam verlaten tegenspoed in het huidige leven of een
straf in het hiernamaals in het vooruitzicht stellen. Er is echter
nergens in de Koran sprake van dat de "ex" Muslim in het huidige leven
door mensen gestraft zouden moeten worden.
Het misverstand dat afvallige Muslims de doodstraf zouden moeten
krijgen, berust op een verkeerde interpretatie van een hadith
(uitspraak van Mohamed), die zei: Man baddala Dinahu faqtuluh
("dood hem die van godsdienst verandert"). Ook hier hebben we echter te
maken met een regel uit de krijgswet en niet met een regel over geloof
of ongeloof. Want wat was er gebeurd? Een aantal Joden uit Medinah
hadden een plan beraamd om de Muslimgemeenschap te destabiliseren. Er
zouden zich telkens een paar Joden in de schijn bekeren tot de Islam,
om even later de Islam weer af te zweren. Dit plan zou telkens weer
herhaald worden om op die manier twijfel te zaaien en onrust te doen
onstaan in de Muslimgemeenschap. Toen de Profeet hiervan lucht kreeg,
gaf hij bevel hen te doden. Geleerden beklemtonen dat de doodstraf hier
niet uitgesproken werd omdat zij de Islam afgezworen hadden, maar omdat
zij in oorlog waren met de Muslims en omdat zij met hun subversieve
daden de Islamitische regering en samenleving wilden ondermijnen. De
regel van de Profeet had dus betrekking op deze zeer specifieke
situatie van met name hoogverraad, en had niets te maken met het geloof
van de mensen in kwestie maar wel met hun subversie tegen de staat. Er
is geen enkel geval bekend waarin Profeet Mohamed de doodstraf
uitgesproken heeft over iemand die Islam de rug toekeerde. In
geloofszaken is volgens Islam immers iedereen vrij te geloven wat hij
wil, of te kiezen dat hij helemaal niet gelooft. Die vrijheid geldt ook
voor Muslims. Deze stelling wordt door een groot aantal geleerden in de
Islam uit heden en verleden onderschreven.
8
Hieruit blijkt nog maar eens dat men zeer voorzichtig moet zijn met het
citeren uit de Koran en de Sunnah. Het is erg belangrijk het groter
kader te kennen om daarbinnen bepaalde verzen of uitspraken van Mohamed
te kunnen situeren en interpreteren.
Besluit.
Uit hetgeen vooraf ging blijkt de centrale rol van de
godsdienstvrijheid in de Islam. Islam betekent "overgave aan God". Dit
vooronderstelt dat mensen vrij zijn om zich over te geven aan God.
Zonder deze vrijheid, kan er niet eens sprake zijn van Islam.
De zin van het leven zelf, is zeer innig verbonden met deze
godsdienstvrijheid. Het leven is een test - vrijheid van keuze is
inherent aan een test. Hoe men de eeuwigheid doorbrengt in het
hiernamaals, is gebaseerd op de manier waarop men deze vrijheid
aanwendt. Godsdienstvrijheid behoort werkelijk tot de essentie van het
gehele Islamitisch model.
De Koran en de Sunnah, en de daarop gebaseerde Islamitische Wet,
vestigt niet alleen het principe van godsdienstvrijheid, maar verbiedt
ook het omgekeerde ervan, namelijk het gebruik van dwang.
Achterliggende gedachte is dat de redding van de ziel niet afhangt van
de naam van de geloofsgroep waartoe men behoort, maar wel van het
gedrag en de mate waarin dit op grond van de eigen vrije wil in
overeenstemming is met de Goddelijke Bepalingen, iets waar uiteindelijk
alleen God kan over oordelen omdat alleen Hij in de harten van de
mensen kan kijken.
De centrale, cruciale rol van godsdienstvrijheid in de Islam is niet
zonder belang voor de integratie van Muslims in de Westerse
samenlevingen. Eerder dan het vervagen en zelfs uitwissen van hun
godsdienstige identiteit als voorwaarde te stellen voor integratie van
Muslims in onze samenlevingen, ware het raadzamer de universele waarden
in de Islam te (h)erkennen en te beklemtonen, waarden als
godsdienstvrijheid, gelijkheid, broederlijkheid, afwijzen van racisme,
enz., waarden waar ook de Europese samenlevingen rond gebouwd zijn.
Deze universele waarden kunnen immers dienen als cement voor een
succesvolle integratie.
___________________
VOETNOTEN
-
De Koran is het geheel van
Openbaringen van God aan de Profeet Mohamed, overgebracht via de
Aartsengel Gabriël. De Arabische Koran is de enige echte
Koran. Alle vertalingen zijn slechts "interpretaties door vertalers".
-
De Sunnah is de verzameling
van uitspraken (ahadith) en handelingen van de Profeet Mohamed.
-
Koran 2:30-396, 7:11-18;
15:31-45; 17:61-65; 18:50, 20:116-127; 34:20-21; ...
-
"Shaytan's Deceit
with Adam and Hawwa' and Their eating from the Forbidden Tree",
Tafsir Ibn Kathir -
http://www.tafsir.com/default.asp?sid=7&tid=17618
-
"Women in Islam
Versus Women in the Judaeo-Christian Tradition The Myth and The Reality",
Sherif Abdel Azim, Ph.D.- Queens University, Kingston, Ontario, Canada
-
http://www.islamicity.com/mosque/w_islam/eve.htm"
-
"Er is geen zonde
voor u in datgene waarin gij u onvrijwillig vergist, maar wel in
hetgeen uw hart zich heeft voorgenomen. God is Vergevensgezind,
Genadevol." (Koran 33:5)
-
"Apostasy doesn't
carry death penalty in Islam", Maulana Inayatullah Asad
Subhani, Reviewed by S. Ubaidur Rahman. In: The Milli Gazette,
01/04/2002 -
http://www.milligazette.com/Archives/01042002/0104200205.htm
-
Onder andere Ibrahim
al-Nakhai, Sufyan al-Thawri, Ibn al-Walid al-Baji, Ibn Taymiyyah,
Mahmud Shaltut (gewezen Sheikh van al-Azhar), Mahmassani, etc. zeggen
allemaal dat afvalligheid een ernstige zonde is, maar niet van die aard
dat ze de doodstraf vereist (bron: "Punishment In Islamic
Law: A Critique Of The Hudud Bill Of Kelantan, Malaysia",
Mohammed Hashim Kamali, The Fiqh.org -
http://www.thefiqh.org/article.php/18)