.. Inleiding
1. De liefde voor profeet Mohamed
2. Profeetschap in de islam
3. Profeet Mohamed als staatsleider en
grondlegger van een samenlevingsmodel
4. De profeet als rolmodel
5. Nabeschouwingen
.. Noten
bijlage
Inleiding
Het Westen staat er verbaasd, onbegrijpend en vol onbegrip naar
te kijken: hoe kunnen nu een paar spotprenten van een profeet zulk
een reactie veroorzaken doorheen de hele muslimwereld? Vanwaar zo'n
gigantische uitbarsting van emoties? Het is toch "maar" een prent?
Mede onder invloed van een eeuwenlang door het christendom opgevoerd
beeld, dat in de islam een grote concurrent zag en er dus alles aan
deed om deze religie in een negatief daglicht te stellen [1],
en gevoed door een vertekende weergave van de islam en van muslims
in de Europese schoolboeken [2], beschouwen
velen in het Westen profeet Mohamed als een soort vechtersbaas aan
het hoofd van een stel fanatieke volgelingen die door veel
bloedvergieten de wereld onder de voet wilden lopen. Geen wonder dat
men niet begrijpt waarom een cartoon waarin de
Profeet
voorgesteld wordt als een terrorist, zo'n commotie veroorzaakt. Men
begrijpt niet waarom zo'n spotprent voor een
muslim zowat de ultieme
belediging is. Om de belediging te begrijpen, is een dosis empathie
nodig, is nodig dat men de eigen beeldhoek verlaat en onderzoekt wie
deze man is volgens de islam. Pas zo kan de omvang van de wonde die
geslagen werd, ingeschat worden, en kan de reactie erop begrepen
worden. Zoals gewoonlijk, worden hierbij Koran en Sunnah aan het woord
gelaten om een beeld te schetsen van deze profeet en van zijn rol en
plaats in het dagdagelijkse leven van muslims. Op grond daarvan zal duidelijk
worden dat met die cartoons vanuit islamitisch
oogpunt de
grenzen van het fatsoen overschreden
werden en dat muslims, over de gehele wereld,
zich in het diepst van hun zijn geraakt
voelen.
1. De liefde voor profeet Mohamed
Muslims houden hartstochtelijk van hun laatste profeet. De Sunnah
stelt dat het geloof van een muslim onvolledig is zolang
hij of zij de
profeet niet liever ziet dan de eigen vader,
het eigen kind,
bezit en familie, ja zelfs dan het eigen leven:
« Niemand van jullie wordt een gelovige tot ik dierbaarder
voor hem ben dan zijn kinderen, zijn ouders en de hele mensheid.
» (sommige versies voegen hier aan toe: "en zijn leven, zijn
rijkdom en zijn familie") (Bukhari, Muslim)
In al hun verdeeldheid en verschillen vormen de muslims over alle
grenzen van geografische locatie, bezit, huidskleur,
opleidingsniveau, enz.,
heen een Ummah, een gemeenschap van mensen
die zich verenigd weten in hun liefde voor God en Zijn profeet. De
website IslamOnline schrijft:
« Liefde voor de Profeet blaast leven in de beleving van
ons geloof. Zonder deze liefde, wordt onze godsdienst gereduceerd
tot een set van dode regels en rituelen. » [3]
Waarom toch zo'n grote, diepe, sterke liefde voor een man die
1400 jaar geleden leefde? Wel, daar zijn verschillende redenen voor.
Vooreerst is er het feit dat hij een profeet is. Daarenboven is er
zijn persoonlijkheid die beschouwd wordt als het summum van
menselijke perfectie waardoor hij fungeert als rolmodel. Bovendien is hij de
grondlegger van een islamitisch samenlevingsmodel zodat hij naast
het religieuze aspect, het maatschappelijk en wettelijk aspect van
de islam belichaamt. Op elk van deze aspecten wordt nu wat dieper
ingegaan.
2. Profeetschap in de islam
Islam kent geen erfzonde. Mensen beginnen aan dit leven als een
onbeschreven blad. Het leven is een test om te zien of men het goede
zal doen dan wel het kwade zal volgen. Aan het einde van de rit, op
Oordeelsdag, zal een evaluatie volgen. En daarvan zal afhangen of
men het eeuwig leven in de hemel of in de hel zal doorbrengen. De
test is dus ontzettend belangrijk. Muslims beschouwen het dan ook
als een ultiem teken van Gods liefde en genade voor de mensen, dat
Hij een Boodschap neerzond, dat Hij profeten aanstelde aan wie Hij
een richtlijn openbaarde. Door die richtlijn, moeten mensen de test
niet stuurloos doorlopen. Wie zich door de richtlijn laat leiden,
kan -- mits Gods genade -- in het paradijs geraken. Een andere
benaming voor de Koran ('Al Qur'aan') is overigens 'Al Furqaan', het
criterium dan een onderscheid biedt tussen goed en kwaad. Hoe zouden
de mensen zonder zulke richtlijnen hun leven op het spoor naar God
kunnen zetten? De Koran is dus het ultieme geschenk van God voor
alle mensen die het willen aanvaarden, voor alle tijden, van alle
windstreken van de aarde.
« En dit is een gezegend boek dat Wij neergezonden hebben.
Volgt het dus en weest godvrezend; misschien zal aan jullie
barmhartigheid bewezen worden. (Koran 6:155) [4]
Deze boodschap werd geopenbaard aan
een profeet. Het profeetschap
is een teken van de voor mensen onvatbaar grote liefde van God voor
de mensen. Meer in het bijzonder over profeet Mohamed zegt de Koran
dat hij een teken is van Gods barmhartigheid voor de mensen:
« En Wij hebben jou slechts als [een teken van]
barmhartigheid [rahman] voor de wereldbewoners gezonden. »
(Koran 21:107)
Hem beledigen, komt bijgevolg neer op het beledigen van God, op
het beledigen van de liefde waarmee God de mensen bejegent. Liefde?
Het zal voor velen in het Westen misschien vreemd klinken, maar voor
muslims is de Koranische boodschap er in essentie een van liefde,
barmhartigheid, genade en vrede. [5] De eerste
woorden die men leest wanneer men de Koran openslaat zijn: 'Bismillah
Al Rahman Al Rahmin' (In de Naam van God, de Erbarmer, de
Barmhartige). Deze woorden schetsen het volledige kader waarbinnen
de rest van de tekst gesitueerd moet worden. Wat betekenen deze
woorden?
- Bismillah
- 'bi' is een voorvoegsel: met, voor, enz. ;
- 'ism' betekent "naam";
- 'Allah', is het Arabisch woord voor de unieke God. Het
woord is uniek in de Arabische taal. Het is noch mannelijk, noch
vrouwelijk, en kent geen meervoudsvorm.
'Bismillah' houdt met andere woorden op zich reeds een
verheerlijking in van de ene, unieke God, de Allerhoogste aan wie
niets of niemand gelijkwaardig is.
- Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de
eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn
schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor
doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn
genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden
en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah,
op deze liefdevolle genade van God. De Koran leert:
« Met Mijn bestraffing tref Ik wie Ik wil en Mijn
barmhartigheid omvat alles. » (Koran 7:156).
« Zij die de troon dragen en eromheen staan prijzen de lof
van hun heer en geloven in Hem. En zij vragen om vergeving voor
hen die geloven: "Onze Heer, U omvat alles in barmhartigheid en
kennis. Vergeef dan hun die berouw tonen en Uw weg volgen en
behoed hen voor de bestraffing van het hellevuur". » (Koran
40:7)
- Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het
medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden
Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God
de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook
betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die
berouw tonen. Een hadith verduidelijkt dat, wanneer er alles samen
100 eenheden liefdevolle genade bestaan, God 1 eenheid genade over
het hele universum verdeeld heeft - dat is de genade en liefde die
mensen voor elkaar voelen, de genade tussen mensen en dieren,
tussen dieren onderling. De andere 99 eenheden genade zitten bij
God, om op Oordeelsdag aan de gelovigen toe te kennen. De genade
en liefde van God overstijgen dan ook ver het menselijk
bevattingsvermogen:
« Abu Hurayra meldt dat de Boodschapper van God zei: "God
de Allerhoogste heeft honderd porties genade. Hij zond slechts
één portie naar het universum en verdeelde het over gans zijn
Schepping. Het gevoel van genade en medeleven dat Zijn
schepselen voor elkaar voelen, komt uit dat ene deel. De andere
99 delen, heeft Hij bewaard voor op Oordeelsdag wanneer Hij ze
zal toebedelen aan de gelovigen." »
De uitdrukking "Bismillah al Rahman Al Rahim" geeft,
anders gezegd, uiting aan de volledige islamitisch levensvisie. Eerst
en vooral gedenkt men de uniciteit van God zonder wie niets zou
bestaan. Vervolgens, roept men God aan in zijn kenmerk van Al Rahman,
een attribuut dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle
mensen, altijd en overal. Men eindigt met het gedenken van Gods
genade voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of
vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die in zich een vraag
meedraagt tot bescherming tegen het kwade en tot vergiffenis wanneer
men er toch aan ten prooi zou vallen. Het is een uitdrukking die
daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Het is met het
evoceren van deze hele grondgedachte dat op één na elk hoofdstuk van
de Koran begint. Gedragen door een zo krachtige boodschap van
liefdevolle genade en barmhartigheid, kan de Koran dan ook moeilijk
iets anders dan een boek van liefde genoemd worden. Deze uitdrukking
van liefdevolle genade, barmhartigheid en hoop, vormt het kader
waarbinnen de hele koranische Boodschap gedefinieerd wordt. Elk
vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn
volledige draagkracht binnen dit kader. De eerste woorden die men
ziet wanneer men een Koran openslaat, verduidelijken meteen de
relatie tussen de lezer van het boek, en de Auteur ervan - het is
een relatie die vanaf het eerste vers waarmee men in aanraking komt,
gedefinieerd wordt in de liefde. Het is binnen deze relatie, dat de
lezer al hetgeen in dit boek vermeld wordt, moet plaatsen, ook de
bestraffende verzen. Want wanneer bijvoorbeeld een ouder een kind
straft door het een week huisarrest te geven, besluit men daar dan
uit dat het om een tirannieke, liefdeloze ouder gaat die wil dat het
kind zich slaafs aan de ouder onderwerpt? Neen, want het straffen
kadert in een liefde van de ouder voor het kind die met het kind het
beste voorheeft. Op gelijkaardige manier, staan de bestraffende
verzen in de Koran niet op zich, maar vormen zij onderdeel van het
grotere perspectief van de liefde, genade en barmhartigheid van God
voor Zijn schepping.
Profeet Mohamed belichaamde deze liefde. Hij zei trouwens zelf:
"Liefde is mijn fundament" [6]. Zijn
profeetschap wordt beschouwd als een van de grootste tekenen van
Gods genade. Hem beledigen, houdt dan ook niet alleen een belediging
van Mohamed zelf in, maar is voor muslims tegelijk een eigenlijk
ondenkbaar grote belediging van God omdat men alles wat God de
mens geschonken heeft, ermee ridiculiseert. De profeet beledigen,
staat gelijk met God zelf beledigen. Het beledigen van de profeet,
raakt de kern van het meest sacrale aspect van het leven. Het is alsof
men iemand recht in hart en ziel raakt, in de meest wezenlijke kern
van zijn spiritueel bestaan.
3. Profeet Mohamed als staatsleider en grondlegger van een
samenlevingsmodel
Anders dan bijvoorbeeld het geval was voor Jezus, die in de islam
óók als een profeet beschouwd wordt, was het profeetschap van Mohamed
niet beperkt tot het brengen van een spirituele boodschap, maar
legde hij in Medina ook de basis van een samenlevingsmodel dat
gebaseerd was op de leer die hij verkondigde. Aan de basis daarvan,
lag een geschreven grondwet, het Charter van Medinah, waarin onder
meer gesteld werd dat alle inwoners van de stad - muslims en
niet-muslims - één gemeenschap vormden en godsdienstvrijheid
genoten. De rol van profeet Mohamed strekte zich dan ook uit tot een
voorbeeldfunctie die veel verder ging dan alleen het religieuze. Na
zijn dood, zou de islamitische wet gebaseerd worden op onder meer de
Koran en de Sunnah, het geheel van uitspraken en handelingen van
deze profeet. Hij ligt dus mee aan de basis van de wetgeving. Een
aanval op Mohamed, wordt door muslims dan ook ervaren als niet
alleen een aanval op hun spirituele identiteit, maar ook op hun
wettelijk model, op hun maatschappelijk model, enz. Het is een
aanval op alles waar de islam voor staat. Als de aanval van binnenin
een muslimmaatschappij komt, zou de aanval dan ook in de buurt komen
van hoogverraad vermits zulk een belediging niet enkel op de
spirituele dimensie gericht is maar ook de constitutionele basis van
de samenleving raakt. Een belediging van de profeet van buiten de
muslimgemeenschap, zal als zeer vijandig ervaren worden, precies
omdat zoiets het hart van het hele model treft.
4. De Profeet als rolmodel
God schonk het profeetschap niet aan de eerste de beste. Hij
begenadigde er een man mee, die de taak aankon; wiens
persoonlijkheid volgens muslims dusdanig was dat ze een zo perfecte
Boodschap kon dragen en aan de mensen kon overbrengen. Muslims
beschouwen hun profeet dan ook als het toppunt van perfectie van
het mens-zijn. Uit de tradities – collecties van gedragingen en
uitspraken van de profeet – blijkt zijn zachtmoedigheid,
rechtvaardigheid, zijn eenvoud, zijn geduld, zijn innerlijke kracht,
kortom, volgens islamitische bronnen is deze man een perfect
rolmodel volgens hetwelke men het eigen leven vorm wil geven. Dat
beledigen, staat gelijk met het beledigen van
de existentiële identiteit van een muslim. Het gaat werkelijk naar de kern van de dingen. Het
is niet zomaar een belediging van een man, het is de belediging van
het zijn zelf van al die mensen die zijn voorbeeld als baken
beschouwen om God te dienen.
« Tot jullie is van God een licht gekomen en een duidelijk
boek. » (Koran 5:15)
In de liefde voor de Profeet, herdenken de muslims naast zijn
perfectie ook het leed dat de profeet doorstond om de boodschap aan
de mensen te kunnen brengen – hij werd verstoten uit zijn stad, er
werd een prijs op zijn hoofd gezet, hij werd beschimpt en bespot.
Dat was op zich niet verwonderlijk. Net zoals andere profeten, werd
hij door de heersende klasse als een bedreiging ervaren. Hij
predikte rechtvaardigheid in een samenleving waarin een select
clubje het voor het zeggen had en mensen uitbuitte. Hij predikte
gelijkheid van alle mensen in een omgeving van hoogmoed waarin de
een zich meer achtte dan de ander. Door zijn geloof in de Ene God,
kwam het lucratief priesterambt voor de verering van afgoden in het
gedrang en de heersende klasse wiens macht gebaseerd was op rijkdom
door het arm houden van grote groepen mensen, werd geconfronteerd
met leerstellingen van Mohamed die hun arrogantie en
onrechtvaardigheid aan de kaak stelde en die Muslims ertoe aanzette
rechtvaardig en eerlijk te handelen, en te zorgen voor de zwakkeren
en armen in de samenleving. Hij gaf volgens muslims blijk van een
uitzonderlijke innerlijke kracht omdat hij zich door niets liet
afbrengen van zijn taak: het verkondigen en beschermen van de
leidraad van God die hem via Aartsengel Gabriel geopenbaard werd,
opdat de mensen tot aan het einde der tijden, een
kompas zouden
hebben om hun leven op te oriënteren en om de samenleving om te
vormen naar een rechtvaardige gemeenschap waarin het voor iedereen
goed is om te leven.
Wie was die man? Hoe leefde hij? Het is onmogelijk in het korte
bestek van deze tekst de persoonlijkheid te schetsen van deze
bijzondere man die bijna 1400 jaar na zijn dood de harten nog steeds
zo sterk beroert. Een paar voorbeelden uit de hadith collecties
kunnen dan ook maar een bescheiden indicatie opleveren van de
islamitische kijk op de persoonlijkheid van deze man wiens voorbeeld
het leven van zovele miljoenen mensen tot op vandaag zo krachtig
inspireert. [7,8] Om te tekst leesbaar te
houden, worden de hadith niet in de lopende tekst geciteerd, maar
werden ze ondergebracht in een aparte bijlage
waarnaar alfabetisch verwezen wordt.
Zijn woonst was een erg bescheiden hut, bestaande uit ongebakken
klei en bedekt met palmbladen; ze was uiterst schaars gemeubileerd.
Hij raadde mensen aan in eenvoud te leven en stond erop dat geen
cent van de zakaat (in de gemeenschap opgehaald geld dat aangewend
werd om allerhande noden te lenigen) aan hem en zijn gezin besteed
werd. Hij droeg integendeel zelf gul bij tot de zakaat. [a]
Hij zag steeds het goede in de mensen en bleef eenvoudig. Ook als
leider was hij erg bescheiden. Hij vond het bijvoorbeeld niet nodig
dat mensen voor hem rechtstonden [b]. Het was
integendeel zo dat hij zelf recht stond om een of andere dignitaris
te begroeten. Hooghartigheid keurde hij streng af. Hij wou
bijvoorbeeld niet op een verhoog gaan zitten bij samenkomsten, maar
zat gewoon op dezelfde hoogte als anderen. Zijn afwijzen van
ongelijkheid van mensen (en dus van racisme) is legendarisch. [c,d,e].
Dit vertaalde zich op vele manieren, zo ook in de
begroetingsetiquette die hij muslims aanleerde. De volgorde van
begroeten is in de islam niet gebaseerd op functietitel of zo – de
islam kent geen sociale hiërarchie – maar hangt gewoon af van de
praktische kenmerken van de situatie: [f] diegene
die aankomt groet de aanwezigen, diegene die rijdt begroet de
wandelaar, diegene die wandelt begroet hem dit zit, de kleinere
groep zal de grotere groep begroeten, enz. De nederigheid van de
profeet vertaalde zich ook in een scherp afwijzen van onderdrukking.
[g] Hij liet echter ook de onderdrukker niet aan
zijn lot over en maande muslims aan ook hem te helpen. Toen ze dat
niet begrepen legde hij uit dat men een onderdrukker moet helpen
zodat hij geen mensen meer zal verdrukken. [h]
De Profeet zocht zieken en armen op, en spoorde muslims aan
hetzelfde te doen. Hij kwam op voor de armen en onderrichtte muslims
dat ze moesten delen met de armen. Zolang men een hongerige buur
heeft (muslim of niet-muslim), is men geen gelovige, zei hij. [i]
Hij ging nooit ergens binnen zonder eerst te groeten en
vervolgens permissie te vragen om binnen te komen. Op die manier
leerde hij muslims de privacy van anderen respecteren.
Hij onderwees dat mannen rechten hebben over vrouwen maar dat
omgekeerd vrouwen ook rechten hebben over mannen. Hij beijverde een
sterke gelijkwaardigheid van man en vrouw en zei aan muslims dat
diegene die zijn vrouw best behandelt, de beste muslim is. [j]
Door zijn voorbeeld toonde hij mannen dat ze hun deel van de
huishoudelijke taken moesten doen. [k]
Hij droeg muslims op iedereen wellevend en hoffelijk te
behandelen, ook diegenen die door God als slecht mens zouden
beoordeeld worden. Het oordeel behoort immers enkel God toe. Wie
de andere niet hoffelijk behandelt, zei hij, is in de ogen van God zelf
een slecht mens. [l] Zo onderwees hij dat wie
zelf geen genade heeft met een ander, ook niet moet rekenen op de
genade van God. [m]
Muslims kregen van hem te horen dat ze niet mochten liegen, niet
jaloers mochten zijn van elkaar, geen achterklap mochten vertellen
en zich integendeel moesten inzetten om een goed karakter te
krijgen. [n]. Waarachtigheid schatte hij erg hoog
in: waarheid leidt naar de hemel, leugen naar de hel, was zijn
lering. [o]
Vriendjespolitiek en klassejustitie werd door Mohamed
nadrukkelijk afgekeurd. Op een dag werd een vrouw die tot een
vooraanstaande familie behoorde gearresteerd voor diefstal. Haar
zaak werd aan de Profeet voorgelegd, en er werd hem aangeraden de
vrouw een bestraffing voor diefstal te besparen. De Profeet wou daar
echter niet van horen, en maakte duidelijk dat de vrouw haar straf
niet zou ontlopen. [p]. Vooraanstaande figuren of
leiders stonden voor de profeet niet boven de wet. De grootste
armoezaaier moest een leider tot de orde kunnen roepen zonder
represailles te moeten vrezen.
Hij leerde mensen zachtmoedig te zijn, en zichzelf te beheersen.
Woede bracht hij in verband met de duivel. [q]
Zelf een toonbeeld van zachtmoedigheid, sprak hij niemand aan met
een ruw woord. [r]
Hij leerde muslims dat geloven een werkwoord is, en dat zelfs
iets zo klein als een begroeting met een glimlach, of het
verwijderen van een tak van de weg zodat een volgende voorbijganger
er niet over struikelt, telt als daad van liefdadigheid. [s,t]
Zijn liefdadigheid strekte zich uit tot de dieren, van wiens rechten
hij een groot pleitbezorger was. [u]
Kortom, voor muslims was hij een toonbeeld van perfectie, een man
die rechtschapen, zachtmoedig, vredelievend, gematigd, minzaam,
nederig, hulpvaardig was, die in zich de perfectie droeg van al
hetgeen God aan de mens aan mogelijkheden geschonken heeft.
Een belediging, daarom, van deze voor muslims zo bijzondere man staat
gelijk aan het beledigen van de grote waarden waar hij voor staat. Het
staat gelijk met het bespotten van de perfectie van
rechtschapenheid, zachtmoedigheid, minzaamheid, vredelievendheid, enz.
Het staat gelijk aan het beledigen van het summum van mens-zijn.
5. Nabeschouwing
Profeet Mohamed in een spotprent beledigen, was een
spreekwoordelijk schot recht in het hart van het islamitisch model
en van miljoenen muslims. Zelfs al was de cartoon bedoeld om de
draak te steken met een kleine groep extremisten, het bovenstaande
maakt duidelijk dat zowat alle muslims er zich door geviseerd
voelen en de tekeningen ervaren als een rechtstreekse belediging
van alles waar de islam voor staat. De profeet wordt door muslims
beschouwd als het summum van mens-zijn, als de perfecte realisatie
van het volledig menselijk potentieel. Als profeet, is hij het
ultieme teken van de liefde en genade van God voor de mens. Zijn
profeetschap bracht immers voor alle mensen van alle tijden een
leidraad aan de hand waarvan ze in het huidig leven hun potenties
maximaal kunnen ontwikkelen, de samenleving kunnen omvormen tot een
rechtvaardige samenleving, en een eeuwig leven in het paradijs
kunnen verwerven. Als grondlegger van de eerste samenleving die op
islamitische principes georganiseerd werd, ligt hij ook aan de basis
van de islamitische constitutie en wetgeving. Het bespotten van
profeet Mohamed, is voor muslims dan ook een belediging van het
meest sacrale van de mens, van het mens-zijn zelf, alsook van alles
wat God de mens in Zijn genade geschonken heeft en daarom ook van
God, terwijl het ook de maatschappelijke en rechtskundige
fundamenten van de samenleving raakt.
De profeet zelf riep mensen op zich via wettelijke weg te
verzetten tegen onrecht. Hij riep hen ook op tot mildheid,
rechtvaardigheid en verdraagzaamheid, ook en zelfs vooral tegenover
hun grootste vijanden. [9]
« Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw
vriend worden. » (Uitspraak door Profeet Mohamed, gemeld door
al-Tirmidhi).
Ook in de Koran, het rechtstreekse Woord van God, wordt mildheid
voorgeschreven ten aanzien van mensen die de islam vijandig gezind
zijn en wordt muslims aangeraden hoop te koesteren, want:
« Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als
vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is Almachtig, en
God is Vergevend en Barmhartig. » (Koran 60:7)
De hoewel muslims het recht hebben zich op wettelijke wijze te
verdedigen tegen onrecht, roept de Koran hen ook op tot geduld:
« En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen
weg. En laat Mij maar met de loochenaars ... » (Koran
73:10-11)
Of ook:
« Wanneer jij hen ziet die onze tekenen bespotten, wend je
dan van hen af totdat zij op een ander gesprek overgaan... »
(Koran 6:68)
We kunnen alleen maar hopen dat muslims zich als echte volgelingen
van zijn voorbeeld zullen profileren en het pad zullen bewandelen
van de profeet die ze zo innig in hun hart gesloten hebben zodat de
commotie die rond de Deense cartoons ontstaan is, op vreedzame wijze
zijn beloop kan vinden.
Wat het Westen betreft, dringt zich een grondige zelfanalyse op.
Is het bij herhaling zo diep beledigen van een gemeenschap
datgene
wat men als uithangbord voor de Westerse manier van leven wilt ophangen?
Nog afgezien van de vraag of zoiets nog wel binnen de vrije
meningsuiting valt (een vraag die in een aparte tekst behandeld
wordt [10], moet men zich realiseren dat een
recht geen plicht is. Men heeft het recht op een snelweg 120 km/uur
te rijden, maar als men dat in alle omstandigheden verheft tot een
plicht, en met niemand rekening meer houdt, zal de autosnelweg al
snel herschapen worden in een autokerkhof en zal ook de eigen wagen
vol blutsen en builen staan. Op een gegeven moment, overschrijdt men
in spot een grens, waar voorbij men niet alleen de ander beledigt,
maar ook de eigen waardigheid geheel verliest.
___________________________
NOTEN:
- Het weze gezegd dat sommige christelijke kerken in recente
jaren toenadering zochten tot de islam en inspanningen leverden om
dit beeld bij te stellen.
- "Rewriting text books", Al-Ahram (Egypte), 16-22
december 2004, N° 721 -
http://weekly.ahram.org.eg/2004/721/eg9.htm
- Fatwa, Islam Online Fatwa -
http://www.islamonline.net/servlet/Satellite?pagename=IslamOnline-English-Ask_Scholar/FatwaE/FatwaE&cid=1119503546594
- Koranverzen komen uit de vertaling van Fred
Leemhuis.
- "Liefde is Mijn Fundament" (Uitspraak van Profeet Mohamed)
- op
deze site
- Zie noot 5.
- "Description of the Prophet Mohammed (PBUH), website
MSA University of Southern California -
http://www.usc.edu/dept/MSA/fundamentals/prophet/prophetdescription.html
- Hadith collecties van Bukhari en Muslims, website MSA
University of Southern California -
http://www.usc.edu/dept/MSA/reference/searchhadith.html
- Zie "Omgaan met niet-Muslims" - op
deze site
- Zie "Spotten met Profeet Mohamed: De Deense Cartoons"-
op
deze site
Bijlage
- Ibn 'Abbas meldde dat Gods Boodschapper de meest vrijgevige
mens was inzake liefdadigheid, maar hij was uiterst vrijgevig in
de maand Ramadan. Gabriel ontmoette hem elk jaar gedurende de
maand Ramadan tot aan het einde ervan, en Gods Boodschapper
reciteerde aan hem de Koran; en wanneer Gabriel hem ontmoette was
Gods Boodschapper meest gul in het geven van liefdadigheid zoals
de waaiende wind. (Muslim)
- "Laat diegene die graag heeft dat mensen ter ere van hem
rechtstaan maar zo; zo iemand mag een plaats in de hel zoeken.” (Abu
Dawud)
- De Profeet zei: "laat de mensen ophouden met op te scheppen
over hun afkomst. Men is slechts een devote gelovige of een
miserabele zondaar. Alle mensen zijn zonen van Adam, en Adam kwam
van stof." (Abu Dawud, Tirmidhi)
- De Profeet zei: wie trots in zijn hart heeft gelijk aan het
gewicht van een kleine atoom, zal nooit het Paradijs binnengaan.
Iemand vroeg hoe het dan zit met een man die graag mooie kleren en
fijne schoenen draagt, en de Profeet antwoordde: God is mooi en
houdt van schoonheid. Dan legde hij uit dat trots betekent: het
verwerpen van de waarheid omwille van eigendunk of het neerkijken
op andere mensen. (Muslim).
- "O mensen! Waarlijk jullie Heer is Eén en jullie vader (Adam)
is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier, en een
niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een blanke is niet
beter dan een zwarte en een zwarte is niet beter dan een blanke -
behalve in termen van vroomheid en goede daden". (Uitspraak van de
Profeet Mohamed, gemeld door Imaam Ahmad, 22391, al-Silsilat
al-Saheeh 2700)
- De Profeet van God zei: "een ruiter moet een voetganger
groeten, een voetganger moet diegene die neerzit groeten, een
kleine groep moet een grote groep (mensen) groeten en de jongere
moet de oudere groeten." (Bukhari, Muslim)
- De Profeet zei: "God heeft aan mij geopenbaard dat jullie
nederig moeten zijn, zodat niemand de andere onderdrukt, noch
opschept". (Gemeld door Iyad ibn Himar, in: Abu Dawud)
- Anas meldde dat Gods Apostel zei: "Help uw broeder, ongeacht
of hij verdrukker of de verdrukte is. De mensen vroegen: "O Gods
Apostel! Het is goed hem te helpen als hij onderdrukte is, maar
hoe moeten we hem helpen als hij een onderdrukker is?" De profeet
zei: "Door hem ervan te weerhouden anderen te onderdrukken." (Bukhari)
- "Hij die eet tot hij gevuld is terwijl zijn buur naast hem
honger heeft, is geen gelovige" (Uitspraak van Profeet Mohamed, in
Saheeh Bukhari)
- Abu Hurayra verhaalt dat de Boodschapper van God zei: "De
meest volmaakte gelovige onder de gelovigen is hij die zich best
gedraagt en vriendelijkst is tegenover zijn vrouw." (Abu Dawud)
- Hij nam altijd deel aan het huishoudelijk werk en soms
herstelde hij zijn kleren, zijn schoenen of veegde hij de vloer.
Hij molk, tuinierde en voedde de dieren en deed de boodschappen. (Qazi
Iyaz: Shifa; Bukhari, Sahih Bukhari, Chapter: Kitabul Adab)
- Op een keer kwam een man die geen erg goede inborst had bij de
profeet. De profeet behandelde hem met alle hoffelijkheid. Wanneer
hij weg was merkte Aisha op: “je loopt niet hoog op men die man,
maar toch behandel je hem goed”. De Profeet antwoordde: “Hij die
anderen niet hoffelijk behandelt is in de ogen van God een slecht
mens, en de mensen mijden zijn gezelschap omwille van zijn slechte
manieren" (Bukhari, Muslim).
- "De Profeet zei: Wie geen genade heeft voor anderen zal geen
genade ontvangen van God" (Gemeld door Hadrat Jarir bin Abdullah,
in: Bukhari, Muslim)
- "De Profeet zei: 'Ik garandeer een huis in de omgeving van het
Paradijs voor iemand die geruzie vermijdt zelfs als hij in zijn
recht is, een huis in het midden van het Paradijs voor iemand die
leugens vermijdt zelfs al grappend, en een huis in het bovenste
deel van het Paradijs voor iemand die zijn karakter goed gemaakt
heeft'." (Gemeld door Abu Umamah, in Abu Dawud)
- "Abdullah meldde dat Gods Boodschapper zei: Waarheid leidt
iemand naar het paradijs en deugdzaamheid leidt iemand naar het
paradijs en de persoon spreekt de waarheid tot hij vermeld wordt
als waarachtig, en leugen leidt tot obsceniteit en obsceniteit
leidt naar de hel, en de persoon spreekt een leugen tot hij
genoteerd wordt als een leugenaar". ' (Muslim)
- "Gemeenschappen die vóór jullie leefden werden vernietigd door
God omdat ze de gewone man straften voor zijn overtredingen en hun
dignitarissen ongestraft lieten voor hun misdaden."
- "De besten onder jullie zijn diegenen die traag zijn in
boosheid en snel in het afkoelen... Hoed u voor boosheid, want het
is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de
afstammelingen van Adam" (Al-Tirmidhi)
- Anas bij Malik meldde: "Ik diende de Boodschapper van God
gedurende 10 jaar en bij God, hij sprak nooit een ruw woord tegen
me, en over iets zei hij nooit tegen mij waarom ik dit gedaan had
en waarom ik niet dat gedaan had." (Muslim)
- "Je glimlach naar je broeder is een daad van liefdadigheid (sadaqah)".
(Al Tirmidhi)
- "Abu Huraira meldde dat de Boodschapper van God zei: terwijl
iemand langs het pad wandelde vond hij er een doornige tak. Hij
duwde de tak aan de kant, en God keurde (deze handeling) van hem
goed en schonk hem (als teken van waardering) vergiffenis". (Muslim)
- Voor een uitgebreide bespreking van diverse ahadith in dit
verband, zie: "Dierenrechten in de islam - op
deze site
|