|
In zijn nieuwe boek, De Derde Feministische
Golf, interviewde Dirk Verhofstadt zes Nederlandse en Canadese,
feministische moslima’s. Verhofstadt vat zijn boodschap zelf
kernachtig samen:
“Het is essentieel dat ze zélf
mogen beslissen of ze een sluier dragen of niet, of ze buitenkomen
of niet. Dat ze mogen trouwen met wie ze liefhebben, en niet met
diegene die hen wordt opgedrongen. Dat er geen praktijken meer
bestaan als eremoord en verstoting.”
Verhofstadt klaagt de toenemende
radicalisering aan bij moslimmannen. De oorzaak van deze
radicalisering ligt volgens hem in het aanvoelen van een
emanicipatiebeweging, waarvan de vrouwen in het boek de voorhoede
vormen. Radicale moslimmannen beginnen daardoor feller op te treden
omdat ze voelen dat ze hun greep op de vrouwen verliezen. Daarom
moeten we volgens Verhofstadt volledig aan de kant van de vrouwen gaan
staan, opdat zij strijd kunnen voeren. De links-progressieven en
feministen zijn dan ook kop van jut voor hem, omdat zij al jarenlang
de onderdrukking van de moslimvrouwen zouden tolereren vanuit een
cultuurrelativisme dat uiting geeft aan een diepe onverschilligheid.
Laten we ons een aantal vragen stellen bij het initiatief van Dirk
Verhofstadt.
Wie zijn die links-progressieven en
feministen die gedwongen sluierdracht, gedwongen huwelijken en het
besnijden van vrouwen laten gebeuren omdat ze het zouden beschouwen
als ‘iets van hun cultuur’ en dus onbespreekbaar? Wie zijn die softies
die de realiteit niet in de ogen durven kijken en die de moslims
steeds weer in bescherming nemen?
Als onderzoekers voor het Centrum voor Islam
in Europa aan de Universiteit Gent spraken wij we het afgelopen jaar
met meer dan tweehonderd moslimmeisjes en –vrouwen. Anders dan te
spreken óver moslima’s hebben wij geluisterd
naar moslima’s. De meisjes en vrouwen die we hebben ontmoet zijn
geen vrijgevochten feministische auteurs wier ideeën en uitspraken
aansluiten op het beeld dat wij ons van de moderne moslima willen
vormen. Toch gaat het hier om vrouwen die zich wel
degelijk ‘van hun verstand durven bedienen’.
In onze gesprekken met moslima’s werd geen
onderwerp geschuwd. Ze praatten openlijk over verliefdheid, hun
verwachtingen en die van hun omgeving, de manier waarop ze hun
echtgenoten leerden kennen, over gearrangeerde en gedwongen
huwelijken, hun relaties met de ouders en waarom sommige ouders druk
uitoefenen bij de huwelijkssluiting, … Onze conclusies?
Zoals bij veel kwalitatief onderzoek moeten
we concluderen dat de leefwereld van deze meisjes en vrouwen zich niet
in enkele simpele veralgemeningen laat vatten. Er zijn moslima’s die
huwen met de man op wie ze verliefd werden nadat ze officieel aan hem
werden voorgesteld, net zoals er moslima’s zijn die hun partner
ontmoetten op school, in een schoenenwinkel, op het strand in Marokko
of op een trouwfeest. Ontelbare voorbeelden laten
zien hoe uiteenlopend de ervaringen van moslimmeisjes en –vrouwen
zijn. Er zijn ook andere verhalen en deze verzwijgen we niet.
Eenentwintig vrouwen die deelnamen aan het onderzoek getuigden over
hoe zij geconfronteerd werden met een gedwongen huwelijk. Essentiële
vragen waren: wie dwang uitoefent en wat daartoe de redenen kunnen
zijn? Volgens Dirk Verhofstadt zijn het vooral gefrustreerde
moslimmannen die vrouwen dwingen tot allerlei vormen van conformerend
gedrag (De Morgen, 11 oktober 2006).
Uit ons onderzoek blijkt dat het ouders zijn
die hun kind dwingen tot een huwelijk. Het gaat niet louter om vaders
en het gaat ook niet louter om meisjes: jongens kunnen evengoed het
slachtoffer worden van een gedwongen huwelijk. Waarom doen ze het, die
ouders? Zijn ze geradicaliseerd? Willen ze voorschriften uit de Koran
toepassen in de opvoeding van hun zonen en dochters? Niets van dit
alles. We hebben geen aanwijzingen dat ouders hun kinderen dwingen
omwille van hun godsdienstige overtuigingen. Wanneer een jongen of
meisje tot een huwelijk gedwongen wordt dan is dat in de meeste
gevallen omdat ouders overbezorgd zijn over hun puberend kind. Het
huwelijk wordt dan gezien als iets wat de jongere in kwestie tot zijn
of haar verantwoordelijkheid moet brengen. Sommige ouders denken ook
dat ze hun zoon of dochter zullen verliezen als hij of zij een relatie
aangaat met een niet-moslim. Ze vrezen dat hun kind van hen zal
vervreemden. Deze ouders zijn geen islamitische fundamentalisten, maar
mensen die handelen vanuit onzekerheid. Dat ouders in de fout gaan
wanneer ze hun zoon of dochter onder druk zetten om te huwen, wordt
door geen enkele moslima in ons onderzoek betwist. Ook al kunnen
sommige meisjes en vrouwen begrijpen waarom sommige ouders op die
manier handelen, zij keuren het resoluut af. Een gedwongen huwelijk
lost de problemen niet op maar schept er nieuwe. Wanneer zij zelf ooit
in zo’n situatie zouden komen, wat de meeste ondenkbaar achten, zullen
moslima’s hun ouders proberen te overtuigen om van het huwelijk af te
zien. Sommige moslima’s zeggen dat ze de Koran zouden gebruiken om aan
hun ouders te tonen dat een huwelijk zonder instemming ontoelaatbaar
is.
Het onderzoek geeft een indicatie van het
voorkomen van gedwongen huwelijken. Het probleem is niet alarmerend.
Hoewel iedereen erkent dat de problematiek heel zwaar is voor de
betrokkenen, is het aantal gedwongen huwelijken niet groot en is er
geen sprake van een stijging. Statistisch onderzoek wees reeds op de
enorme verschuivingen in de huwelijkssluiting, waarbij het aantal
gedwongen en gearrangeerde huwelijken afneemt, tegenover een toename
van zelfgeïnitieerde huwelijken.
Maar wat dan met al die huwelijken met iemand
van het land van oorsprong? Daar hebben die meisjes toch ook niet voor
gekozen? Deze huwelijken kunnen gedwongen huwelijken zijn, maar
meestal is het een persoonlijke keuze. Moslimmeisjes geven vaak de
voorkeur aan een partner die opgegroeid is in Turkije of Marokko omdat
ze de jongens hier onverantwoordelijk vinden. Of jongens hebben geen
opleiding genoten en hebben geen werk: welke mogelijkheden zijn er dan
om samen een toekomst uit te bouwen, een gezin te stichten? Wat de
allochtone jongere hier niet heeft, hoopt men daar te vinden.
De moslima’s in het onderzoek bestonden uit
laag- en hooggeschoolden, vrouwen die hier zijn opgegroeid en daar,
vrouwen mét en zonder sluier, … Stuk voor stuk zijn het individuen die
durven denken voor zichzelf. De eenzijdige voorstelling van
moslimvrouwen, in de rol van slachtoffers of vrouwen die daaraan
ontsnapt zijn, ontkent net hun individualiteit en rechtvaardigt de
eigen paternalistische houding. Weg van het mediagewoel, zijn
moslima’s echter bezig aan hun eigen emancipatie.
Marlies Casier,
Sami Zemni & Nathalie Peene,
onderzoekers Centrum voor Islam in Europa
|